Naar fotobesteloverzicht >>    ( foto in winkelwagen)
De Duijnhouwers verstopten radio's, het Joods archief en veel onderduikers
maandag 8 maart 2010 11:17
'We hebben het allemaal overleefd'

Het was een komen en gaan bij de familie Duijnhouwer, die in een mooi huis aan de Schelluinsevliet (waar nu het Triaskantoor staat) woonde. ,,Bij ons was het een zoete inval," lacht de bijna 85-jarige Pie Duijnhouwer als zij aan haar jeugd terugdenkt. Zij woont nu in de Lindeborg aan de Haarstraat, waar vroeger het ziekenhuis stond. ,,Daar werkte ik toen als hulpadministrateur in het kantoortje vlak bij de ingang. Ik zag alles en iedereen binnenkomen." Pie Duijnhouwer was een knappe jonge vrouw van 24 jaar toen de oorlog uitbrak. Zij woonde samen met haar moeder, een broer en een schoonzus in dat mooie huis. De andere zes kinderen waren al uitgevlogen en vader was na een lang ziekbed overleden.

GORINCHEM – ,,Mijn moeder moest er niets van hebben, van die Duitsers. Wij hadden van alles in huis wat niet mocht; radio's, flyers van de Engelsen, het hele archief en allerlei spullen van de Joodse gemeente zoals rituele slachtmessen, keppeltjes en kleden lagen op zolder en er waren altijd onderduikers. Mijn moeder was gewend aan een grote huishouding. Eerst kwamen er altijd veel logees in de zomer. Die sliepen dan op zolder, daar waren twee kamertjes."
Op die kamertjes sliepen nu twee Joodse kleutertjes, Koosje en Josje. ,,Josje was een blond jochie. Dat is later zijn redding geweest." En de Joodse huisarts dokter Schöyer dook onder toen zijn naam in een politieblad werd genoemd. ,,Hij zat in het zijkamertje. Daar was geen verwarming, maar wel een goede schuilplaats. Achter de wastafel met lampetkan kon je via een kastdeur je onder de trap verstoppen." Pie Duijnhouwer kan zich nog precies voor de geest halen hoe het er allemaal uitzag. Dokter Schöyer was bang. Hij kwam vast dat kamertje niet uit. ,,Hij zat daar de hele dag met de radio aan zijn oor. Het was er zo koud, dat mijn moeder een deken in zijn stoel legde, zodat hij erin kon gaan zitten. We aten 's avonds in de keuken met de gordijnen dicht en de deur op slot. Bij het grote fornuis kon hij zich dan warmen. Soms ging hij 's avonds de deur uit, naar een vriend, een leraar op de HBS. Hij verkleedde zich dan met een grote regenjas, bril en hoed en hij plakte een snor op. Het ging allemaal goed, tot er een keer een buurjongen binnenkwam. Tja, het was bij ons een zoete inval, maar dokter Schöyer schrok zich lam. Hij is later dan ook vertrokken."

Snoepbonnen
Ondertussen werkte Pie Duijnhouwer gewoon door. Eén van haar taken was de uitgifte van distributiebonnen, samen met nog twee meisjes. Eens in de maand konden inwoners die bij de Kolfbaan ophalen. ,,Er waren bonnen voor allerlei voedsel, maar ook voor sigaretten bijvoorbeeld. En soms kregen de mensen een bon voor chocolade of zoiets. Die noemden wij 'snoepbonnen'. Het duurde telkens een paar dagen voordat we er klaar mee waren. Want na de Kolfbaan moesten we op de fiets door weer en wind naar de dorpen in de omgeving om daar de bonnen te verdelen."
Het adres van de familie Duijnhouwer was bekend bij het verzet. Regelmatig fungeerde het huis als tussenstation voor tal van onderduikers. En het verzet regelde meer. Al die onderduikers moesten ook eten, dus 'de jacht op bonnen was geopend'. ,,Ze hadden mijn moeder gevraagd of ik 's avond op de Langebrug iedere maand bonnen voor de onderduikers kon geven aan een onbekende man. Natuurlijk deed ik dat, maar ik heb zijn naam nooit geweten."
,,Op een gegeven moment kregen we politiebewaking en beveiliging in de vorm van kippengaas voor onze neus," lacht Pie. ,,Er waren kennelijk overvallen geweest, of bonnen zoek geraakt. Rechercheur Hovenier vertelde ons dat er 'anonieme brieven kwamen op het politiebureau'. Het was duidelijk dat hij ons waarschuwde voor een huiszoeking. De commissaris was een NSB'er, dus we moesten echt uitkijken. Mijn oudste broer was ondertussen zelf ergens anders ondergedoken voor tewerkstelling."

Op handen en voeten
Op een zwoele zomeravond gebeurde het. In huize Duijnhouwer was iedereen naar bed en ondanks de hitte bleven de ramen en gordijnen dicht. ,,Op een gegeven moment gingen de honden verschrikkelijk tekeer. Ons hele huis was omsingeld en ze schenen met lampen naar binnen. Mijn moeder kroop op handen en voeten door de gang en waarschuwde iedereen. De onderduikers ontsnapten via de kelder door een luik. De kinderen bleven boven op bed liggen. We konden verder niets doen."
,,Opeens hoorde ik een kabaal. Een landwachter was via het open raampje van het toilet binnengekomen en liet een Duitser binnen. Een man van een jaar of vijftig. Hij zei tegen moe 'Ga maar naar bed' en vroeg mij van wie dat colbertje aan de kapstok was. 'Van mijn broer', loog ik meteen. En toen moest ik mee naar boven."
Daar lagen niet alleen de twee Joodse kinderen, maar op de vliering ook nog al die spullen van de Joodse gemeente. Met knikkende knieën gingen ze te trap op. ,,Die Duitser aaide het blonde jochie over z'n bol. Hij moest eens weten… Maar de landwachter wilde verder zoeken, de vliering op. Hij trok de ladder al naar beneden." Bij Pie klopte het hart in haar keel. ,,Gelukkig zei die Duitser net op tijd 'Daar komen we niet voor'. Zij kwamen eigenlijk m'n oudste broer halen, maar die was er gelukkig niet. Toen vertrokken ze weer."
De familie Duijnhouwer en de onderduikers waren door het oog van de naald gekropen, maar wel erg geschrokken. De spullen in huis werden opgeruimd. Het Joods archief ging naar een pakhuis van een tante.
,,En die landwachter," lacht Pie, ,,die hebben we later nog te pakken genomen. De eerste de beste keer dat er weer snoepbonnen waren, hebben we die niet aan hem gegeven. Hij kwam nog terug om ze te halen, maar we zeiden 'Het spijt ons, u heeft ze zeker verloren. We mogen geen nieuwe bonnen meegeven'. Daar had ik nou echt plezier van. Maar goed, uiteindelijk hebben we het allemaal overleefd."

De bijna 85-jarige Pie Duijnhouwer woont nu in de Lindeborg, waar vroeger het ziekenhuis stond waar zij toen werkte.

Pie Duijnhouwer vlak voor de oorlog bij het zwembad in Arkel. ,,De bikini heb ik zelf genaaid."

Tijdens de mobilisatie komen de soldaten in uniform naar de dansavond in de Doelen.
Lees voor
  • Toevoegen aan Nu JIJ
  • Toevoegen aan eKudos
  • Toevoegen aan MSN-nl
  • Toevoegen aan Digg
  • Toevoegen aan Delicious