
Sterke Gorcumse verhalen (16): Hendrick Hamel
30 juli 2026 om 11:39 HistorieMijn grootvader wist veel over de Gorcumers van lang geleden en voor velen van hen had hij groot respect. Maar de stadsgenoot die hij het allermeest bewonderde, was Hendrick Hamel.
In de 17e eeuw was Hamel scheepsboekhouder bij de VOC. Dat bekwam hem slecht, want in 1653 sloeg zijn schip De Sperwer te pletter op de rotsen voor de kust van Korea. Daar zat Hendrick vervolgens samen met ruim 30 metgezellen dertien jaar lang min of meer gevangen. Korea ging in die tijd namelijk heel anders om met immigranten dan wij dat tegenwoordig doen: als je het land eenmaal in was, mocht je er nooit meer uit. De autoriteiten wilden koste wat kost verhinderen dat men in de rest van de wereld ook maar iets over Korea te weten zou komen.
,,Nu, dan hadden ze aan Hamel een slechte”, zei mijn grootvader. ,,Die wist uiteindelijk te ontsnappen en toen heeft hij een heel boek geschreven over wat hij allemaal in Korea had gezien en wat hij had meegemaakt in dat mysterieuze koninkrijk.”
,,Ik zou ook wel eens naar zo’n geheim land willen, opa.”
,,O ja? Nou, voor Hendrick Hamel was dit beslist geen vakantiereisje. Eerst overleefde hij dus maar ternauwernood die verschrikkelijke scheepsramp. En daarna was hij overgeleverd aan de grillen van de koning en de andere hoge Koreaanse heren.”
,,Waren die aardig voor hem?”
,,Ach, het was net als bij ons: de een was vriendelijk, de ander niet. Soms kregen Hendrick en zijn vrienden goed eten, warme kleren en een fijn huis. Maar als er dan bijvoorbeeld een nieuwe gouverneur aan de macht kwam, kon het zomaar zijn dat ze opeens als slaven werden behandeld of moesten bedelen om in leven te blijven. En het ergste was dat ze dus nooit meer naar huis mochten.”
,,Brrr. Dat lijkt me niks opa.”
,,Mij ook niet. Voor altijd opgesloten in een ver, vreemd land, zonder ooit ook maar een enkel briefje naar thuis te kunnen sturen… Daar zou een mens toch moedeloos van worden. Maar het mooie van Hamel was: die gaf de moed juist niét op. Die maakte er het beste van en is altijd blijven hopen dat hij ooit nog eens terug zou kunnen keren naar Gorinchem. Dus toen hij en zijn vrienden van een Koreaanse visser stiekem een bootje konden kopen…”
,,Toen zijn ze naar huis gevaren!”
,,Naar Japan zijn ze gevaren, waar de VOC een haven had. En van daaruit naar huis. Na zeventien jaar zag Hendrick eindelijk de Grote Toren weer, en de Waterpoort.”
,,Toen is hij zeker nooit meer weggegaan?”
,,Dat is het andere bewonderenswaardige: hij ging juist wél weer weg. Hij liet zich niet kisten. Hij is tóch weer gaan varen. En wéér bij de VOC. Niet van dat bange, het avontuur tegemoet. Maar nóóit meer…?”
,,Naar Korea!”
Verhalenverteller Johannes vertelt verhalen over Gorinchem, de stad van zijn grootvader. Dat doet hij tijdens de StoryTrail Theaterwandeling en ook in deze rubriek.

















