We weten inmiddels ook van alle bekende Nederlanders wat zij vinden. Niet geremd door enige kennis van zaken orakelen ze er op los. Toch een eigenaardig verschijnsel trouwens, dat bij willekeurig welk ingewikkeld onderwerp ook aan bekende Nederlanders - velen spreken graag van BN-ers — wordt gevraagd wat ze ervan vinden. Zulks ondanks het feit, dat keer op keer blijkt dat de Gerard Jolingen, Ali B's en Marc Marie Huybrechtsen onzer natie weinig of geen zinnige gedachten wijden aan zaken waarvan je nou eenmaal een beetje verstand moet hebben.

Wat ook niet helpt, of juist wel, is, dat diegenen, die door opleiding en ervaring wel deskundig geacht mogen worden op virusgebied allemaal wat anders vinden. Wat leuk is voor de praatprogramma's, maar waarvan wij, het gewone volk, danig de kluts kwijt raakt. En zonder kluts dobber je stuurloos rond.

De ene professor vindt dat kinderen gewoon naar school kunnen, de ander vindt het absoluut idioot en ontzaglijk riskant. De een vindt, dat we deze milde griep maar beter allemaal kunnen krijgen om beter bestand te geraken, de ander vindt dat we allemaal in quarantaine moeten en zeker onze oude vader en moeder niet meer moeten bezoeken. En de politiek verordonneert wat maatschappelijk en economisch het beste uitkomt en dat we vooral vertrouwen moeten hebben. En iedereen vindt totaal onverantwoord wat de ander dan weer vindt. Je wordt gewoon een beetje bang om nog iets te vinden.

Durfde ik enkele dagen geleden nog voorzichtig te opperen, dat er dagelijks veel meer ouderen in de eigen woning - in een poging de ramen te zemen - dood van een huishoudtrapje vallen dan wel zich op weg naar de supermarkt te pletter rijden in de oude Opel en dat zij veel sneller en adequater zullen wegkwijnen als zelfs hun kinderen niet meer op bezoek komen, thans hou ik wijselijk mijn mond uit angst voor een heuse lichamelijke afstraffing. Ik bedoel, als columnist ben je toch al vaak het mikpunt van honende spot.

En waar de spanning stijgt, de dreiging toeneemt, de vijand oprukt, daar gaat men hamsteren. Pavlov kijkt er niet van op. Vooral de afdelingen houdbaar zijn leeggeplunderd. Om mij onduidelijke redenen is ook het wc-papier grootschalig ingeslagen. Mijn lepe buurman is maar liefst veertien keer met het bestelbusje op en neer gereden en heeft de voormalige keuken tot aan de nok gevuld met rollen. ,,Wacht maar tot je de totaal aan de schijterij raakt, je weet niet hoe COVID-19 zich ontwikkelt", hoont hij mijn verbaasde blik naar het rijk der onnozelen. ,,Kom dan maar lekker bij ons poepen", lispelt het brutale buurmeisje vriendelijk. ,,Voor niks gaat de zon op", smaalt buurman. ,,Ik reinig de poeperd nu met een washandje, dat ik na elke beurt natuurlijk grondig schoonmaak", roep ik lollig. ,,Wacht maar tot het waspoeder op is", zegt buurman. Buurmeisje knipoogt koket. Zij vindt meer dan ooit van alles, maar zegt ook maar liever niks meer.

Jos Huibers

jos.huib@icloud.com