,,Alles wat ik in de afgelopen tijd verdiend heb, heb ik in materiaal voor deze studio gestoken. Het was een droom altijd, zo'n studio en die heb ik nu." Hij wijst naar een microfoon, een ouderwets ogende, rechtopstaande, met een hekwerkje eromheen. ,,Daar heb ik 1500 euro voor betaald, maar inclusief de software kan ik deze laten klinken als minstens 40 beroemde microfoons, die tezamen een waarde vertegenwoordigen van bijna een miljoen. Bij elke stem of instrument past een andere microfoon. Die heb ik nu allemaal in huis."

Multi-instrumentalist, tekstdichter, kunstenaar en leraar Izak Boom, de getogen muzikaalste Gorcumer, bijna 55 jaar oud, zal tijdens ons gesprek vaker naar een toetsenbord grijpen om zijn woorden kracht bij te zetten of om te laten horen wat hij bedoelt. Of naar de banjo. ,,Dat is misschien wel het mooiste instrument wat er is, heel direct, heel persoonlijk, heel menselijk."

In zijn soloprogramma 'Oneindig Laagland', waarmee hij enkele jaren geleden de theaters langs ging, getuigde hij van zijn evangelische orthodoxchristelijke achtergrond en over de moeite die het kostte zich hieruit te bevrijden. ,,Hoe kom je vanuit zo'n milieu in de kunsten en de muziek", vraag ik hem. ,,Daarin werd ik juist gestimuleerd", zegt hij, ,,mijn beide ouders waren kunstenaars. Mijn vader was kunstschilder, hij leefde van zijn schilderijen. Pas later is hij 14 uur per week tekenleraar geworden op de LTS. Mijn moeder maakte wandtapijten. Mijn ouders waren strenggelovig, maar hun motto was, dat kunst is wie je bent, waarvoor je leeft. Hoewel het spelen van lichte muziek uit den boze was, werd ik aangemoedigd muziek te maken. Ik leidde samen met de oudste van mijn drie broers een koor en ik speelde piano in de diensten. Heel fanatiek en overtuigd hoor. Ik zeg wel eens, als ik het licht gezien had, dan was ik een soort slavendrijver in het geloof geworden."

,,Mijn ouders gingen van huis uit naar de Gereformeerde Gemeente en verhuisden begin jaren '60 van Rotterdam naar Leerbroek. In die tijd kozen mijn ouders voor de Pinkstergemeente, die ze vervolgens toch wat te blij vonden en belandden uiteindelijk in de eigen huiskamerkerk. Ik was toen, als nakomertje in de familie zes jaar. Mijn vader werd voorganger in deze selfmade geloofsgemeenschap - daarvoor hoef je geen dominee te zijn - waarin het een komen en gaan was van mensen, die elders waren afgeknapt. Of het was te blij, of het was te streng. Op het hoogtepunt had de kerk zo'n 100 leden."

,,Pas toen ik naar de Pedagogische Academie (PA) ging, begon de twijfel. Ik kwam in een andere wereld, las boeken van Freud en Jung en raakte het gevoel van beschutting kwijt dat ik voordien in het geloof gevonden had. Ik raakte mijn geloof kwijt en raakte ervan overtuigd, dat de wereld heel anders in elkaar zat dan mij was voorgehouden. De twijfel ging gepaard met een enorme onbewuste angst. Van mijn twintigste tot mijn zevenentwintigste was ik een wrak. Het was gruwelijk. Ik moest zelfs aan de antidepressiva. Ik woonde al die jaren nog thuis bij mijn ouders. Mijn familie zag mijn worsteling, voelde mee, maar praatte ook op mij in. Ik kreeg cassettebandjes, die beoogden mij op het juiste pad te houden. Ik was de vos, die de wijngaard ondergroef. De structuur van zo'n geloofsgemeenschap heeft een enorme impact en is allesomvattend. Er is maar één waarheid, die alle twijfel uitsluit en dat is de waarheid van hun geloof. Het geloof verdeelt enorm tussen voor en tegen. Het punt is ook, dat zij, mijn ouders, mijn broers, leuke en lieve mensen waren en zijn, mensen, die de moeite waard zijn, waar ik veel aan te danken heb. Maar daaronder zit een enorme bewustzijnsvernauwing. Zij blijven geloven in het ongelooflijke, daar is geen gesprek over mogelijk. Het geloof is een groothandel in zekerheden. Echt, die zeven jaren waren vreselijk. Soms dacht ik weer: zou het dan toch? Schoksgewijs heb ik er totaal mee afgerekend. Ik heb er zeven jaar over gedaan, maar toen ik op mijn zevenentwintigste de knoop doorhakte, was ik er ook diepzinnig klaar mee. Ik heb me volledig losgescheurd, grondig, uiterlijk en innerlijk en ik wist zeker: ik ga nooit meer terug."

,,Toen ik de knoop eenmaal definitief had doorgehakt, knapte ik in recordtijd enorm op. Het viel samen met het moment dat ik op mezelf ging wonen. Ik verhuisde van de ouderlijke woning - vanaf mijn veertiende woonden wij in Gorinchem op de Kortendijk 2D - naar nummer 4B. Boven de Italiaan. " Hij lacht erom. ,,De verwijdering was niet bepaald compleet, nee. Het contact met mijn familie is niet verbroken. Zolang we niet over het geloof praten, is het contact plezierig. Alledrie mijn broers zijn bij de kerk gebleven. Zij hebben opgeteld 15 kinderen gekregen, waarmee zij deels hun enige juiste pad bewandelen. Hoewel er onder hen ook een aantal 'afvalligen' zijn."

,,Toen ik het programma 'Oneindig Laagland' gemaakt had, vreesde ik de verhoudingen op scherp te zetten. Maar dat is erg meegevallen, het heeft ons eerder dichter bij elkaar gebracht. Ik ben een ander geworden in hun ogen, ik ben een afvallige, maar per slot heb ik een fijne familie. Ik heb er vrede mee."

,,Maar al scheur je je los van de kerk, je blijft natuurlijk verbonden met je jeugd, waarin je in hoge mate wordt gevormd. Je hebt een leven lang nodig om los te komen. Ik weet nog van de schuld die ik voelde, toen ik voor de eerste keer met een meisje naar bed ging, toen ik voor het eerst vloekte. Om met dat schuldgevoel af te rekenen heb ik dit een periode in mijn leven juist nadrukkelijk gedaan. Maar toch, in de grond van de zaak ben ik vooral een fatsoenlijke jongen gebleven. Bij dilemma's kies ik vaak instinctief in eerste instantie voor de ouderwetse afslag, het fatsoen en denk ik vaak, ja, bij jullie gaat dat zo, maar bij mij dus niet. Keurigheid zit toch nog behoorlijk in mijn DNA. Je hoort het ook aan de muziek die ik maak, aan de harmonieën en de melodische wendingen. Je kunt het geloof zien als een onbeholpen poging het mysterie van het bestaan te duiden. Dat gevoel van mysterie heb ik meegekregen. Ik kijk in verwondering naar het leven. Ik ben blij dat ik geleerd heb mij te verwonderen. Ik bedoel, wat weten wij nou helemaal? Wij zijn omringd door dingen, die wij niet begrijpen. Wij zijn een stip in het heelal. Elk antwoord, dat door de wetenschap gevonden wordt, levert weer nieuwe vragen op. Hoe meer je weet, hoe groter het onbekende terrein wordt. Ik ben dankbaar, dat mij geleerd is mij te verwonderen, dat is een meerwaarde in de beleving van het leven. Misschien schuilt dat wel in de combinatie van geloof en kunst als centrale waarden in mijn opvoeding."

,,Ook in de muziek zoek ik de verwondering." Hij loopt naar de piano, slaat akkoorden aan. "Ik ben bezig met het maken van een theatervoorstelling 'De Corte en Consorte', samen Ernst de Corte. Het gaat over het werk van zijn vader, Jules de Corte. De muziek van die man lijkt eenvoudig, maar is heel erg bijzonder. Zo'n akkoord, dat is toch ongelooflijk. Dat bedoel ik met verwondering."

,,Na de PA heb ik auditie gedaan op het Conservatorium. Ik was erg gestrest en moest klassieke piano spelen, wat niet mijn eigenlijke stiel was. Ik werd afgewezen. Ik ben veertien jaar lang onderwijzer geweest op een basisschool in Herwijnen, gaandeweg parttime om ruimte te maken voor het maken van muziek. Ik speelde in de Rotterdamse Revue: Geheid Rotterdam, een geesteskind van vriend Peter Blanker, met wie ik nu al 25 jaar werk. Met de gebroeders Lutz, de Berini's en met Fred Delfgaauw als Erasmus. Vervolgens heb ik vanaf 1998 fulltime met de Berini's getoerd, twee shows van150 optredens. Na vier jaar ben ik hiermee gestopt en ben gaan spelen met Harry Sacksioni. Op banjo, mandoline en accordeon. Vervolgens bij Youp van 't Hek als vervanger van de multi-instrumentalist in zijn band en ook nog met Liesbeth List. Natuurlijk heb ik mooie dingen meegemaakt, met als hoogtepunt de voorstellingen met Youp van 't Hek in Carré, maar, hoewel dit het meest in het oog springt, is het niet mijn beste werk. Mijn beste werk zit in mijn eigen muziek, de eigen projecten."

,,Ik ken mijn plek als muzikant. Ik mag mijn plekje hebben, maar doe mijn best om beter te worden. Ik weet wat ik kan, maar ik zie zo vaak mensen, ook op YouTube, die veel beter zijn. Ik ben los van de vloer, maar zit nog ver onder het plafond. Je mag het bescheiden noemen, maar bescheidenheid is een deugd. Ik vind het strontvervelend om mensen te zien, die zich groter voordoen dan ze zijn. Soms zeggen mensen, dat ik mijn talenten niet voldoende benut, dat ik commerciëler zou moeten werken. Maar ik wil maken, wat ik zelf mooi vind, waar ik plezier in heb. En het meest plezier heb ik in de eigen projecten. De theatervoorstellingen met de Aimabele Schoften (Appellation Contrôlée), de toer met Vanessa Thuijns en Nils Krake (You've got a friend - muziek van James Taylor en Joni Mitchel) en het genoemde programma met Ernst de Corte. De Boomgaard-voorstellingen, samen met Mirjam, Peter en de wolf, (F)linke soep, Kings of War met 10 scholieren en Vleugellam, de producties met het Theaterhuis (Augustus Oklahoma) en de CD's die ik maak met Peter Blanker (Balans) en Jeroen Schipper (De Operapiraat) En dan treed ik ook nog op met de Rappe Mannen. Op de wat bescheidener feestjes en partijen."

En dan is hij ook nog schilder. ,,De laatste twee jaar weer wat minder. De nadruk ligt nu op muziek. Na mijn expositie in het Beatrixziekenhuis heb ik veel verkocht. Wellicht dat het weer komt. Ik heb wel ideeën. Ik maak veel foto's, die ik bewerk. In mijn schilderijen zie je dezelfde beweging als in mijn muziek: de zichtbare werkelijkheid is voor mij niet genoeg. Achter de werkelijkheid zitten allerlei lagen, die ik wil uitdrukken. Ik schilder niet de werkelijkheid maar een vermoeden. De werkelijkheid is vaak zo kil, ik heb de neiging wat beleving toe te voegen."

,,En misschien maak ik nog wel eens een Kerstshow met Poldervaart, al is de behoefte mijn reli-frustratie af te voeren wel enigszins over de datum."

We geven elkaar geen hand. Het is Coronatijd. Dat doen we later wel.

door Jos Huibers

Jos Huibers
Foto: Jos Huibers