Toen dacht ik dat het kwam door de teringherrie van het vuurwerk op en voor Oudejaarsdag, want juist dat waar steeds meer mensen zich aan storen of aan bijna-stikken, waar mensen en dieren onder lijden en wat wellicht geheel of gedeeltelijk verboden gaat worden, wordt voor een deel van onze soort extra aantrekkelijk en een aanmoediging om nog grootscheepser in te kopen en dan bij voorkeur illegale reuzenknallers, of hoe die dingen heten. Immers 'van onze cultuur blijven ze af met hun gore poten'. Voor zevenenzeventig miljoen euro ging er onze vervuilde en mistige lucht in. Best veel toch, als je het afzet tegen de opbrengst van een gemiddelde bedelactie voor uitgehongerde vluchtelingen uit door klimaatverandering verschroeide gebieden of tegen het budget voor de Gorcumse cultuur.

Toen dacht ik dat het kwam door de berichtgeving op Nieuwjaarsdag over branden, over doden in liften, over agressie tegenover politie en hulpdiensten en over de voor vele miljoenen aangerichte schade. En dat een of andere woordvoerder dan zegt, dat het reuze is meegevallen. En dat dan in - ik citeer onze minister-president - het mooiste land van de wereld.

Genoeg redenen om ziek te worden, zou je denken. Ik bedoel, mensen worden van minder ziek.

Maar op 2 januari moest ik onder ogen zien dat het gewoon kwam door het heersende virus, zoetgevooisd het NORO-virus geheten dat maag en darmen van streek brengt. Volgens vrouw en dochters, dezer dagen in veler heilwensen, 'mijn dierbaren' geheten, had ik buikgriep.

Buikgriep ja, dat moest het zijn, vermits 'het voedsel aan twee zijden, in casu de mond en de anus, in zeer vloeibare staat frequent het lichaam verliet. Of uitspoot. En dat een vrouw dan gewoon doorgaat en een man dan zielig op de bank gaat liggen kermen.

Ik kende het fenomeen onder andere namen, zoals buikloop, de dunne, de poeperij, racekak, de rees, de schijterij, spuitpoep of zelfs als darmcatarre en gastro-enteritis zulks in gruwelijke combinatie met vomeren, overgeven, kotsen. Maar liever dus noemen we de ziekte eufemistisch buikgriep of liever nog buikgriepje. Wij praten liever niet over de staat van onze stoelgang. In geuren en kleuren schrijven we boeken vol over hoe het voedsel naar binnen gaat en over de vele manieren waarop het kan worden toebereid, klaargemaakt, maar hoe het eruit komt, daarover zeggen we niks. Dat is niet netjes, niet smakelijk, 'hallo, ik zit te eten'. Welnu, ik heb buikgriep. En ik geloof nog steeds niet dat het een virus is.

Jos Huibers - jos.huib@icloud.com