Welnu, vandaag de dag is dat andere koek en voorwaar een hele klus, waarbij de spanning zo hoog kan oplopen, dat reeds voor de bevalling deukjes in de relatie ontstaan. Naar verluidt. Zo is mij links en rechts gemeld. Na veel overleg in woon- en slaapkamer, raadgeving van hartsvriendinnen en een enkele hartsvriend, betoog, smeekbeden en geredetwist, en soms zelfs in blijde harmonie komt er uiteindelijk een naam uit. Rollend of strompelend. En heel vaak is die naam dan Emma of Noah, al naar gelang het geslachtsdeel, met als tweede, derde of reservenamen Sara en Mila of James en Adam. Heb je maandenlang liggen piekeren en beraadslagen in bed en andere steden, blijk je precies dezelfde naam te hebben bedacht als ik weet niet hoeveel andere stellen in Nederland.

Toen ik van de top tien van populaire namen vernam, begon bij mij het piekeren. Namelijk, als of indien je besloten hebt je kind Emma te noemen of Noah, al naar gelang de gender, zeg maar en je verneemt jaar in jaar uit, dat juist deze namen bovenaan staan in de lijst, ben je dan trots en blij of ben je juist beschaamd en bedroefd. Jubel je blij: 'Wow, wat hebben we ontzettend goed gekozen' of stamel je 'Shit, hadden we nou echt niks beters, originelers kunnen bedenken.' En dus pieker ik door, in stille afzondering: 'Moet ik nou blij zijn of juist beschaamd dat geen van de namen van mijn drie dochters in de top 25 en zelfs niet in de top 50 staan. Ben ik een super originele gast of een ontzettende trieste loser, je weet het niet.'

In de klas van een van mijn dochters zaten zes Irissen. Die naam stond in een voorbije tijd op één. (Ook Margriet, Madelief en Tulp waren toen erg populair) Dat was ontzettend lastig natuurlijk - als meester riep sprongen er steeds zes meiden op - maar ook interessant. Zij vormden een club, de Irisclub en aan hun naam werd standaard een letter toegevoegd, Iris V., Iris T., Iris B. enzovoort. Naar het voorbeeld van Willem O Duys. Ik ken een bandje, waarvan alle leden een dochter hebben met de naam Nina. Het bandje heet de Nina's, wat inderdaad beter klinkt dan de Thea's of de Geertrui's. Om nog maar te zwijgen van de Annie's.

En mijn hondje heet ook al geen Buddy. En ook geen Luna, Max of Diesel. "Buddy's zijn stoer", roept een jongetje op de wallen mij toe. "Buddy's bijten boeven, die horloges willen stelen."

Dat zou mijn Bob nooit doen. Die zou de boef blij bespringen. En kwispelen met zijn stompe staartje.

Het is wat met namen..

Jos Huibers

jos.huib@icloud.com