‘In de gemeenteraad, buurman’, roept Bea, ‘daar is de kloof, tussen de regeerders en de controleurs. En de controleurs zijn met eentje te weinig om te kunnen controleren. Hoe zit dat nou met dat duale stelsel van je?’

Ten overvloede leg ik het nog eens uit, terwijl haar zeven kinderen - hoe kan ze ze in vredesnaam allemaal kwijt in dat kleine flatje - aandachtig meeluisteren.

‘Vroeger’, zeg ik, ‘zaten de wethouders ook in de gemeenteraad. Ze beoordeelden dus mede hun eigen plannen en hadden tevens veel invloed op hun vaak minder ervaren fractiegenoten. In 2002 werd het duaal stelsel ingevoerd. Wethouders zaten niet langer in de raad, zij waren verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid en voor het bestuur van de stad of gemeente en de gemeenteraad, bestaande uit gekozen vertegenwoordigers van de bevolking, moest het beleid naar eigen inzicht controleren en beoordelen. Daarmee ontstond een scheiding tussen de bestuurlijke macht en de controlerende macht. Daarmee was volgens velen, de democratie gediend.’

‘Goh’, sprak Bea’s oudste zoon Dirk, twaalf jaar oud, iets te dik en verse zittenblijver in groep 8, ‘dus dan mogen de wethouders zich niet meer bemoeien met de raadsleden. Die moeten gewoon zelf bedenken wat ze er van vinden’. ‘Inderdaad Dirk’, zei ik vol bewondering, want waar tref je zoveel kennis nog aan, laat staan onder twaalfjarige zittenblijvers.

‘Dat vind ik goed’, kraaide Bea junior van acht enthousiast.

‘Ja, want wij zijn wel één familie, maar wij denken ook niet allemaal overal hetzelfde over’, zei Dirk weer. ‘Nee, zeker niet’, smaalde Bea. De jongsten kropen tevreden weer naar binnen.

‘Misschien moeten Dirk en kleine Bea dat eens gaan uitleggen aan de grote mensen van de gemeenteraad’, zei ik, ‘dan mogen ze vast ook op de zeepkist staan’. ‘Ja, joepie’, kraaiden de twee, want een zeepkist is natuurlijk geweldig. Daar wil iedereen wel op.

’Maar die Knarrenhof, die komt er dan weer wel’, hervat Bea, ‘ondanks de kloof. Ga jij daar ook wonen, buurman, jij bent immers ook een knar?’ ‘Ouwe knar, ouwe knar’, kraaide Tiffany van 7. Bea gaf Tiffany een ferme tik. Zoiets mag je wel denken, maar niet zeggen tegen buurman. ‘Nou, wie weet’, zeg ik, ‘een leuk initiatief. En inderdaad, ik ben zo zoetjesaan een heuse knar en als daar een hof voor komt, ga ik zeker eens langs. Het is net als vroeger, hè, het hofje voor armen en ouderen, in Leiden bijvoorbeeld zijn er wel 36’. ’36?’ ‘Ja, 36, allemaal bewaard gebleven, alleen woonden daar voornamelijk vrouwen en in de Knarrenhof mogen ook mannen’.

‘Dus het is eigenlijk oude wijn in een nieuwe zak’, zei Dirk.

‘Niet zo bijdehand jij, praatjesmaker’, kraste Bea en ze duwde Dirk ruw naar binnen, ‘Effe onder elkaar, buurman, je bent echt geen knar hoor, je ziet er nog hartstikke jong uit. Kom je vanavond even langs, als de kinderen op bed liggen?’

Jos Huibers

jos.huib@icloud.com