Tien jaar geleden moest nog in bijna driekwart van de gemeenten voor de trouwe viervoeter in de buidel worden getast, zo blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het CBS.

Het CBS deelde voor elke gemeente de verwachte opbrengst van de hondenbelasting binnen de gemeente door het aantal inwoners. In Gorinchem wordt voor 2020 een totaalopbrengst van 163.000 euro hondenbelasting verwacht. Dat is 4,41 euro per inwoner.

Voor 2019 moet er volgens verwachting in totaal 161.000 euro binnenkomen.

Verschillen tussen gemeenten
In noordelijke gemeenten wordt vaak geen belasting voor hondenbezit geheven, in Zeeland en Limburg kiezen veel gemeenten wel voor een heffing. Alleen hondeneigenaren betalen hondenbelasting. Het bedrag verschilt per gemeente en is vaak hoger naarmate iemand meer viervoeters heeft. In Den Haag betaalt een hondeneigenaar in 2020 voor één hond ruim 124 euro per jaar, op Vlieland iets meer dan 78 euro.  In Gorinchem betaalt men per hond 79 euro en ook voor elke volgende hond

In Gorinchem betaalt men voor de eerste hond 79 euro, en ook voor elke volgende hond. Voor een kennel geldt een bedrag van 130 euro.

Een hondeneigenaar hoeft geen belasting te betalen voor blindengeleidehonden, hulphonden en puppy's tot drie maanden oud die bij de moederhond zijn.

Verder viel het volgende op aan de landelijke cijfers:

Gekeken naar de opbrengst per inwoner levert de hondenbelasting voor de gemeente Vlieland het meeste op: 12 euro en 81 cent. In totaal levert het de gemeente echter naar verwachting maar 15 duizend euro op.
In Woerden (Utrecht), Leiderdorp (Zuid-Holland) en West Betuwe (Gelderland) brengt hondenbelasting minder dan 1,50 euro per inwoner op. In West-Betuwe wordt dit jaar overigens geen hondenbelasting meer geheven.
Belasting voor viervoeters levert in absolute zin het meeste geld op in de gemeenten Den Haag (2,1 miljoen euro), Tilburg (1,6 miljoen) en Nijmegen (1,3 miljoen).

Vaker hondenbelasting in stedelijke gebieden

Hoewel de twee grootste steden, Amsterdam en Rotterdam, geen hondenbelasting meer heffen, komt hondenbelasting het meest voor in stedelijke gebieden. Zeven van de tien gemeenten met een zeer sterk stedelijk karakter heffen hondenbelasting. In niet-stedelijke gebieden daarentegen heft een op de drie gemeenten belasting op honden.

Bescheiden inkomsten

Hondenbelasting is voor de gemeenten een bescheiden inkomstenbron, aldus het CBS. Slechts een half procent van alle heffingsopbrengsten komt uit de hondenbelasting. In totaal verwachten gemeenten dit jaar bijna 51 miljoen euro aan hondenbelasting op te halen, krap drie procent minder dan in 2019. Vanaf 2016 dalen de opbrengsten uit hondenbelasting; in 2015 begrootten gemeenten nog 65 miljoen euro.

De opbrengst van de hondenbelasting behoort tot de algemene middelen van de gemeente. De opbrengst hoeft dus niet te worden gebruikt voor hondenvoorzieningen (uitlaatvelden, gratis hondenpoepzakjes en prullenbakken), al doen sommige gemeenten dit wel.

Over de cijfers

De cijfers in dit onderwerp zijn afkomstig uit de gemeentebegrotingen van 2019 en 2020 en zeggen iets over het bedrag dat gemeenten op verwachten te halen aan hondenbelasting. Het gaat hierbij om de begrote bedragen. De daadwerkelijk geïnde bedragen zijn niet in dit onderwerp opgenomen omdat de definitieve gemeentefinanciën voor 2019 en, logischerwijs, 2020 nog niet bekend zijn.

De begrote inkomsten voor 2020 zijn ook afgezet tegen het aantal inwoners, om te komen tot de begrote opbrengst per inwoner. Dat is iets anders dan het tarief dat hondenbezitters dit jaar moeten betalen. Naar verwachting publiceert onderzoeksorgaan COELO, onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, die tarieven per gemeente in maart.

Louis van Oort