Jos Huibers in gesprek met Lies Odenthal

,,Ik heb me nooit een Indisch meisje gevoeld. Als mensen aan mij vroegen waar ik vandaan kwam, zei ik altijd: uit Limburg. Ik was eigenlijk altijd een beetje anti-Indisch en anti-familie. Tot drie jaar geleden heb ik nooit Indisch gekookt. Ik vond het stom, ik was toch een Nederlandse."

Zij was tweeënhalf, toen zij met haar ouders, haar zus en haar broertje naar Nederland kwam. ,,We zaten in een van de eerste vliegtuigen. Wij werden eerst opgevangen in Bennekom en wat later naar Veenendaal verplaatst, voordat mijn vader, als ingenieur, een baan kreeg in Maastricht. Toen zijn we in Limburg gaan wonen."  ,,Wil je nog een plakje spekkoek", vraagt ze regelmatig of ,,Neem nog een kroepoekje." ,,Dat hoort wel bij Indische mensen, lekker eten, lekker koken, maar dat hebben Limburgers net zo goed. Zij geven bij het afscheid ook altijd iets mee voor onderweg."

ACHTERGELATEN ,,Beide ouders zijn Indisch, ja, maar ook weer niet helemaal. Mijn moeder is te vondeling gelegd. Pas toen zij 53 jaar was, heeft zij ontdekt wie haar vader was: een Nederlandse kapitein. Haar Indische moeder heeft ze nooit gekend. Op die manier zijn indertijd veel kinderen geboren. Zij werden vaak achtergelaten bij de paters of de zusters en dan door hen opgevoed. Zo ook mijn moeder. Dat verklaart ook onze sterk Rooms-Katholieke opvoeding. En ook in de stamboom van mijn vader heeft vast een Europeaan gezeten. Hoe kom ik anders aan de naam Odenthal? Een nicht heeft onlangs de stamboom uitgezocht. We bleken inderdaad een flinke familie te hebben."

,,Veel Indische mensen keken tegen de blanke Nederlanders op. Zij wilden net zo zijn als zij. Mijn nichten poederden hun gezicht zo wit mogelijk en bleven uit de zon, om maar niet bruin te worden. Daar had ik niks mee. Ook in andere opzichten was ik wel een aparte. Ik wilde altijd iets anders dan de rest. Ik vond het moeilijk om mij aan te passen aan de meerderheid, om de weg van de minste weerstand te kiezen. Ik ging voor mijn passie. Ik wist al vroeg wat ik wilde en daar wilde ik niet vanaf wijken. Ik wilde later met kinderen werken, of in de zorg of in het onderwijs. Ik speelde graag zustertje of schooltje. Ik kon goed leren, maar bleek een echt praktijkmens. Achteraf denk ik dat ik altijd een echte beelddenker ben geweest. Ik ging naar het Atheneum, maar na drie jaar ben ik overgestapt naar de havo, daar heb ik twee keer de vierde klas gedaan en ben ik twee keer gezakt in de vijfde. Dat kwam, omdat ik veel meer bezig was met buitenschoolse activiteiten. Toen ben ik naar de KLOS gegaan, de Kleuter Opleiding School. Daar kwam ik tot bloei. Daar kon ik mijn creatieve kant ontwikkelen. Ik ben nergens een uitblinker in, maar ik kan veel dingen wel een beetje. Dat is handig in het onderwijs."

EEN RARE ,,Op de KLOS kon ik goed opschieten met de leerkrachten, maar ik had in het begin weinig aansluiting bij klasgenoten. Ik wist wat ik wilde en stond voor mijn eigen ideeën. Ik kon niet buigen naar de groepsnormen. Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan. Klasgenoten vonden me een beetje een rare." Ze opent een fotoalbum met foto's van toen. ,,Kijk maar hoe ik erop sta en wat ik aan heb, heel andere kleren dan de anderen. Ik was een beetje een hippie. Ik zocht het avontuur. In de vakantie ging ik liften, op de bonnefooi. Ik zag wel waar ik terecht kwam. Ik had veel vrienden hoor, vaak mensen, die ook anders waren, kunstenaars en muzikanten bijvoorbeeld. Ik was overal de figuur, die iedereen kende. Maar uiteindelijk ging ik altijd voor waar ik echt in geloofde, ik wil het doen op de manier die ik het beste vind. Al duurt het dan wat langer, ik zoek een weg en uiteindelijk krijg je je zin."

Klasgenoten vonden me een beetje een rare.,,Ik was al 21 of 22 jaar, toen ik voor het eerst met mijn ouders naar Indonesië ging. Dat was een enorme eyeopener. Ik herkende heel veel in de mensen daar, in de manier waarop ze praatten, hoe ze bewogen. En in hun manier van leven. Hoe ze het vuil op de vloer snel even onder het kleed of de mat veegden, hoe ze hielden van lekker eten, hoe relaxt ze leefden. De mensen daar vonden me zelfs mooi, zo had ik mezelf nooit gezien. Door dat bezoek ben ik meer gaan accepteren, dat ik wel gewoon een Indisch meisje ben. Inmiddels ben ik er zelfs trots op."

,,In het laatste jaar op de KLOS vond de samenvoeging met de Pedagogische Academie plaats, waardoor de PABO ontstond. Zodoende haalde ik uiteindelijk toch het Hbo-diploma en een onderwijsacte B en kon ik in elke groep in het basisonderwijs werken. In het laatste jaar liep ik stage op een Jenaplanschool in Maastricht. Daar ben ik volledig gewonnen voor deze vorm van onderwijs. De vier gelijkwaardige pijlers, werk, spel, viering en gesprek benadrukken dat het gaat om meer dan het vergaren van kennis alleen. Het hele systeem is ook gericht op samenwerking, overleg en creativiteit. Dat sprak me heel erg aan."

DENEMARKEN ,,Omdat er in die tijd bijna geen banen in het onderwijs waren voor pabo-schoolverlaters nam ik mij voor naar Denemarken te gaan. Ik zou beginnen als au pair en me vervolgens oriënteren op het onderwijs daar. De plannen waren al in een gevorderd stadium toen in een van de laatste stageweken een man de school binnen wandelde, die mensen zocht voor een nieuw te starten Jenaplanschool in Sittard. Twee maanden voor mijn afstuderen ben ik aangenomen voor aanvankelijk twee dagen per week. Mijn klasgenoten waren verbaasd. Ze begrepen niet waarom zo'n aparte als ik zo snel een baan had."

,,Ik heb hier vijfenhalf jaar gewerkt, eerst in groep 3 tot en met 7, later in de onderbouw met de kleuters. Werken met kleuters vond ik het leukst. Creatieve activiteiten liggen me meer dan het aanbieden van de zaakvakken. Dat is altijd zo gebleven. Het was geweldig om mee te pionieren in deze nieuwe Jenaplanschool. Ik was er zeker langer gebleven, als de liefde me niet naar Gorinchem had gelokt. Ik ontmoette Rob in Maastricht, waar hij stage liep vanuit de TU in Delft. Hij woonde in hetzelfde huis als een vriendin. Toen hij een baan kreeg in Rotterdam ben ik me in deze buurt op werk gaan oriënteren. Het werd de Jenaplanschool in Gorinchem, die heel goed bekend stond op de landelijke Jenaplandag. Voor de middenbouw werd ik het net niet, maar drie maanden later belden ze of ik voor vier dagen per week in de onderbouw wilde komen werken. Zo zie je maar weer: passie overwint."

,,Je mag best weten, ik vond het eerst verschrikkelijk in Gorinchem, het was zó anders dan in Limburg. Maar inmiddels vind ik het echt geweldig hier. We wonen hier nu alweer 27 jaar, we hebben twee kinderen gekregen en ik werk nog steeds met veel plezier op dezelfde school, nog steeds met de kleuters. Er is veel veranderd in het onderwijs gedurende de jaren en het waren niet altijd veranderingen ten goede. Er is heel veel papierwerk bij gekomen. Met hulp van ouders doen we ons best om naast de extra taken ons werk goed te blijven doen. Hierbij moeten we ieders en elkaars kwaliteiten optimaal benutten. Ik kan goed delegeren. Bij dingen waar ik minder goed in ben, vraag ik hulp. Dat is wel een voordeel van Jenaplan, daar zijn de ouders heel actief betrokken."

,,Ik verheerlijk het verleden niet. Zeker, nieuwe jonge collega's zijn anders, maar net zo leuk. Zij kunnen leren van ons, oudere leerkrachten, maar wij evenzo van hen, bijvoorbeeld op het gebied van digitale middelen."

,,Ook de kinderen zijn anders dan vroeger. Ze zijn als het ware digitaler. Zij kunnen vaak beter swipen dan veters strikken. Hun fijne motoriek is over het algemeen echt minder dan vroeger. Daarom hebben wij nu extra aandacht voor de motorische ontwikkeling door het spelen met materialen als zand en klei. Maar veel meer nog dan de kinderen zijn de ouders van nu anders dan vroeger. Ze zijn mondiger en kritischer. Zelf heb ik daar geen moeite mee en ik ervaar nog steeds waardering voor mijn werk. Maar in het algemeen heeft het vak onderwijskracht enorm aan status en waardering ingeboet. Vroeger had de onderwijzer altijd gelijk, nu staat het kind voorop en moet je veel meer uitleggen. Soms worden kinderen te veel opgehemeld. Ik begrijp dat wel hoor, mijn eigen kinderen heb ik soms ook verwend. Het is veel moeilijker om nee te zeggen tegen je eigen kinderen, waarvan je veel houdt en die je niet graag verdrietig ziet. Maar ik vind, dat je een kind niet altijd de zin moet geven, het kind moet ook leren omgaan met teleurstellingen."

Maar in het algemeen heeft het vak onderwijskracht enorm aan status en waardering ingeboet. ,,Wij hebben ook gestaakt. Een keer op het Malieveld in Den Haag en een keer bij een demonstratie in Rotterdam. Het gaat natuurlijk niet alleen om een hoger loon. Het gaat om de algehele waardering voor het werk. Het werk vraagt elke dag weer een behoorlijk grote inspanning, daar moet een evenredige beloning tegenover staan. Inspanning en opbrengst moeten in balans zijn, anders brand je op. Waar de waardering gaandeweg is afgenomen, is de behoefte aan een beter salaris gegroeid. Hetzelfde geldt voor politieagenten of voor mensen, die in de zorg werken. Vroeger hadden die beroepen aanzien, tegenwoordig nauwelijks meer. Mij hoor je niet klagen over mijn salaris, ik heb een partner, die ook verdient. Maar ook ik vind, dat je niet kunt uitleggen, waarom iemand in het middelbaar onderwijs meer verdient dan iemand in het basisonderwijs, na een soortgelijke Hbo-opleiding. Dat klopt gewoon niet."

ORDE EN VEILIGHEID ,,Je begint het schooljaar met 20 kinderen in de groep, maar elke maand komen er een paar bij. In de onderbouw is de groep nooit stabiel. Ook zitten op de jenaplanschool jong en oud door elkaar en is het onderwijs erg kindgericht. De jongste kinderen leren niet alleen van de juf maar ook van de oudere kinderen, er is aandacht voor samenwerking en overleg, waardoor de kinderen leren problemen zelf op te lossen. Maar dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Als leerkracht moet je een zekere orde en veiligheid scheppen, waarin deze processen optimaal kunnen plaatsvinden. En dat is in een groep met vijf- of zesentwintig kinderen echt niet zo gemakkelijk. Je moet je aandacht er steeds bij houden. Daar moet je wel een sterke persoon voor zijn, denk ik. Niet iedereen blijkt voor deze vorm van onderwijs de geschikte leerkracht. Je wilt goed onderwijs bieden op basis van de uitgangspunten en de visie van de school. Je wilt niet dat de visie langzaam verandert en verwatert. Maar ook daar moet je aan werken en daar moet je de tijd voor vinden en nemen. Naast al het andere werk."

Bij het afscheid krijg ik nog wat kroepoekjes mee en twee plakjes spekkoek. ,,Voor Henriët", zegt Lies en ze lacht innemend.

Jos Huibers
Foto: Jos Huibers