[Jos Huibers in gesprek met Elroy Asmus]

Over de vechtpartijen of liever gebeurtenissen in het Van Andelpark kan en mag hij niet teveel zeggen. ,,Omdat de zaak nog onder de rechter is." Hooguit wil hij kwijt, dat hij wel erg veel ,,wilde verhalen en beschuldigingen" heeft gezien op de sociale media. ,,Als straks alles achter de rug is, zou best eens kunnen blijken, dat het allemaal net iets anders is gegaan dan de mensen nu denken te weten." Hij kent de wijk op zijn duimpje. Hij is er 46 jaar geleden geboren en hij heeft er altijd gewoond en nu werkt hij er met veel plezier. ,,Wijkagent is voor mij toch het mooiste. Ik heb er een extra opleiding voor moeten doen, maar dat had ik er graag voor over. Het is een goede multiculturele wijk, dat vind ik mooi. Ik ken die jongens, die daar rondhangen in het park. Ze zijn echt niet slechter dan anderen. Er zijn meer hanggroepen in Gorinchem, die zo nu en dan overlast geven. Bijvoorbeeld in het Haagje in Gorinchem-Oost. Die groepen zijn er van alle soorten en van alle tijden. Autochtoon, allochtoon alles door elkaar, hoor. Vroeger al, toen ik jong was had je al verschillende voetbalpleintjes, die het zo nu en dan met elkaar aan de stok hadden. En als je het vergelijkt met grote steden, zoals bijvoorbeeld Rotterdam, waar ik ook gewerkt heb, dan valt het allemaal reuze mee, het is echt erg relatief. Maar ja, in de sociale media worden dingen vaak ontzettend opgeblazen."

VOETBAL Zijn vader kwam op achtjarige leeftijd uit Indonesië naar Nederland, trouwde met een Nederlandse vrouw en er kwamen drie kinderen, waarvan Elroy de jongste was. Hij voetbalde graag en goed en onderscheidde zich in de jeugdelftallen van Unitas. Zo kwam hij terecht in de regio-selectie en later in het Nederlands Elftal 'onder 16'. ,,Ik was daar de enige amateur. Alle andere jongens voetbalden bij grote clubs. Vervolgens heb ik een jaar bij Feyenoord meegetraind en speelde daar twee jaar onder contract bij de jeugd. Helaas lukte het niet bij de eerste selectie te komen en daarom werd het contract niet verlengd. Ik heb toen twee jaar als amateur bij Kozakken Boys gespeeld. Daar werd ik gescout door de toenmalige trainers van RKC, maar daar wilde ik niet naar toe. Mijn ouders vonden het belangrijk, dat ik eerst een diploma haalde. Ik heb de havo afgemaakt en ik heb later in mijn eigen tijd de meao gedaan." Vervolgens kwam hij wel bij FC Utrecht terecht. ,,De RKC-trainers, Harry van de Ham en Leo van Veen, waren inmiddels overgestapt naar Utrecht en benaderden me opnieuw. Toen heb ik de stap gezet. Ik was toen twintig jaar."

De voetballerij is echt een jungle. Zo ben je alles, morgen ben je weer niks,,Na één maand debuteerde ik in het eerste elftal, als rechtsback, tegen PSV. Het was de wedstrijd van het 'oogincident' tussen Gorter en Van de Doelen, waarbij de een de ander met een vinger in het oog prikte. Door de publiciteit over dit incident, was er weinig aandacht voor mijn debuut. Ik heb vijfeneenhalf jaar bij FC Utrecht gespeeld en had in die roerige tijd, met veel trainerswissels steeds een basisplaats. En daar moet je voor knokken. De voetballerij is een keiharde wereld met veel onderlinge rivaliteit. De een zijn dood is de ander zijn brood. Een blessure van de een biedt kansen voor de ander. Er is een duidelijke hiërarchie in de groep. Heb je als jonge speler een grote mond, dan word je er af geschopt tijdens de training. Je moet je plek weten en het gezag van de grote namen accepteren. Een profvoetballer heeft een geweldig leven hoor, maar je moet om kunnen gaan met een grote druk. De voetballerij is echt een jungle. Zo ben je alles, morgen ben je weer niks. Je moet altijd 100% geven en nooit de kantjes eraf lopen, want dan ben je gezien."

,,Ik heb zo ontzettend veel geleerd in die jaren. Je leert om voor jezelf op te komen en om goed om te gaan met alle aandacht en publiciteit. Bij FC Utrecht kregen we ook mediatraining, van Barend en van Dorp. Zolang je speelt wil iedereen wat van je, iedereen is je vriend. Daar moet je niet in trappen. En je moet jezelf niet belangrijker maken dan je bent. Sterallures worden afgestraft. Het gaat allemaal om een goede mentaliteit, gewoon normaal doen en keihard werken. En je moet geluk hebben, de trainer moet het in je zien zitten. Ik heb spelers gezien, die twee keer zo goed waren als ik, maar die het niet gehaald hebben, omdat die mentaliteit ontbrak. Of het geluk."

,,Toen Mark Wotte als trainer kwam was het afgelopen voor mij. Hij zag het in mij niet zitten. Ik ben toen eerst verhuurd en later overgestapt naar Hercules Almelo. Daar heb ik drie-en-een-half jaar gespeeld. Daarna ben ik gestopt. Na degradatie naar de eerste divisie moest ik bij een nieuw contract veel salaris inleveren. Bovendien had ik toenemend last van een heupblessure. Ik ben een jaar thuis geweest en ging voetballen bij de amateurs van DOVO in Veenendaal."

SAMENLEVING ,,Lange tijd is de politieman Sjaak Pellikaan mijn mentor geweest. Hij bracht mij met de auto naar trainingen in Dordrecht en naar Zeist. Voor mijn vader, die een rijschool had, was dit niet mogelijk. Sjaak is een gouden vent, een kei. Een hele nuchtere man. Hij heeft zeker een rol gespeeld bij mijn keuze om bij de politie te gaan. In 2001 heb ik gesolliciteerd en ben ik naar de politieacademie gegaan in Leusden. Toentertijd was dit nog een opleiding van 18 maanden. Ik vind politieagent een prachtig vak. Mij trekt de spanning, het buiten zijn, het omgaan met mensen. Ik geloof ook dat het vak belang heeft. Als je met elkaar regels en wetten afspreekt, dan werken die alleen goed als er ook gehandhaafd wordt. Anders wordt het een chaos. Maar het vak heeft ook een andere kant, die voor het publiek niet zo zichtbaar is. Je hebt te maken met zelfdoding, reanimaties, reanimaties van baby's, met massale vechtpartijen, met auto's die te water zijn geraakt, je werkt op momenten, dat anderen vrij zijn, ook op feestdagen. Je hebt als agent veel te maken met de verkeerde kant van de samenleving. Als je in opleiding bent heb je nog geen benul van wat dat allemaal met jou als mens kan doen. Dat leer je gaandeweg in de praktijk. Blijf je rustig als je een kindje uit de sloot moet halen of als je iemand voor je ogen ziet doodgaan. Ik heb ook collega's onderuit zien gaan. Je moet echt sterk zijn en erover praten. Gelukkig hebben we hier een opvangteam, waar je naar toe moet als er een calamiteit geweest is. Echt, het doet ons allemaal wat."

GEBOREN GORCUMER ,,Het respect voor de politie is afgenomen. Mensen zien vooral de kant van het handhaven en vinden het niet leuk om een bekeuring te krijgen. De bejegening is niet altijd leuk. Zelf heb ik daar overigens weinig last van. Het scheelt dat ik een geboren Gorcumer ben en ook kennen veel mensen mij van het voetbal. Dat scheelt. Ik ben ook niet zo van de bekeuringen. Ik zeg altijd: eerst waarschuwen en niet direct schrijven. Een agent moet ook kunnen dealen. Daar word je ook grondig op getest. Elke agent moet een assessment doen, ook op persoonskenmerken. Veel agenten zijn van nature doeners en moeten leren goed en respectvol met mensen om te gaan. Dit geldt zeker voor een wijkagent, mensen moeten je vertrouwen. Als wijkagent ben je eigenlijk een soort manusje van alles, je bent buurtwerker, psycholoog, dokter en maatschappelijk werker. Maar als het moet schrijf ik een bon. Handhaven hoort ook bij het vak."

,,Het grote probleem van de politie nu is het enorme personeelstekort. Je kunt je werk niet meer volledig doen. Ik ben bijvoorbeeld steeds minder wijkagent. Waar ik 80% van mijn tijd in de wijk zou willen zijn en 20% op kantoor of elders, is dat in de praktijk meestal andersom. Bij een tekort aan mensen moet je veel vaker 'op het busje', gericht op calamiteiten en handhaven. Je moet natuurlijk verder komen dan het registreren van een vergrijp, je moet ook kunnen vervolgen. Maar feitelijk is daar vaak geen tijd en ruimte voor. Op alle fronten kraakt het en er blijven best veel dingen liggen. Vroeger zaten we in de haarvaten van de wijk, nu in de aders en als er niks gebeurt straks alleen nog in de slagaders. In mijn optiek moeten er echt veel mensen bij om het werk goed te kunnen doen."

,,Hoe het komt, ik weet het niet. Deels natuurlijk door politieke keuzes en bezuinigingen. Maar ook omdat er minder mensen kiezen voor dit mooie vak. Misschien omdat de opleiding zwaarder is geworden en tegenwoordig langer duurt. Bovendien zijn de startsalarissen laag. Misschien omdat het respect voor het gezag in het algemeen is afgenomen en daarmee de status van de agent. Maar echt, het is nog steeds het mooiste vak van de wereld. Naast dat van profvoetballer dan."

Ouders mogen wat dat betreft ook best wel eens in een spiegeltje kijken,,Gezag handhaven is toch iets lastigs in deze tijd. Ouders mogen wat dat betreft ook best wel eens in een spiegeltje kijken. Natuurlijk verschillen de regels per gezin, maar hoe dan ook moeten er regels zijn. Ouders zijn best vaak geneigd te zeggen: 'Mijn kind doet zoiets niet', maar ik denk dan: 'Zie je het nou echt niet, of wil je het niet zien?'. Kinderen worden niet alleen op straat en op school opgevoed door politie en onderwijzer, maar op de eerste plaats door de ouders. Ik zeg dan: 'Begin thuis'. Ook op de club, Unitas, zijn er regeltjes en daar houden we aan vast. Bij het ontbreken van orde ontstaat chaos. Bij de club noemen de jongens mij trainer of coach en geen Elroy. Als ze zich vergissen, moeten ze tien keer opdrukken. Dat geldt overigens ook voor mij."

,,Ik geloof dat het goed is voor de samenleving en voor de democratie, dat er meer zichtbaar blauw op straat is. Hoe meer mensen, hoe meer daadkracht en hoe minder er blijft liggen. En het mag allemaal ook wel weer wat gemakkelijker worden. Als je ziet hoeveel handelingen volgen zelfs op het kleinste vergrijp. Er zijn zoveel procedures, regels en bureaucratie. Maar jongens, ik wil niet te veel mopperen. We hebben een fantastisch team, ik werk met hele goede collega's. Voor mij is elke dag een feestje, ik zie vooral dat het glas half vol is. Ik wil genieten van de dag. Het kan bij wijze van spreken, elk moment afgelopen zijn."