Jacques Roeland (1952) is geboren en getogen in Gorinchem. Hij studeerde aan de Pedagogische Academie en werkt ruim 40 jaar als leerkracht in het basisonderwijs. ‘Wouter, van student tot onderduiker’ is het eerste boek van Jacques. ,,,,Nadat mijn schoonvader overleden was ontstond een aantal jaren later in 2018 het idee om zijn verhalen over de oorlog op te schrijven. Als soort van verslag voor de familie. Maar uiteindelijk wist ik een heleboel eigenlijk ook niet over mijn schoonvader. Ik ging op onderzoek uit en van het een kwam het ander: ik besloot er een boek van te schrijven.”

MENSONTEREND De schoonvader van Jacques vertelde regelmatig verhalen uit de tijd dat hij zat ondergedoken bij een doktersgezin in Aalten. Over zijn tijd op een scheepswerf vlakbij de Poolse grens liet de man echter weinig los. Door speurwerk kwam Jacques erachter hoe zijn schoonvader het daar in Schwinemünde aan de Oostzee als tewerkgestelde ervaren moet hebben. ,,Hoewel het geen concentratiekamp was, mijn schoonvader was in de weekenden vrij en mocht bijvoorbeeld gewoon op verlof, heeft hij daar regelmatig levensbedreigende situaties meegemaakt. Hij heeft ernstige bedrijfsongevallen met jongens meegemaakt en moest met name in de winter werken in nare en mensonterende omstandigheden. Bovendien had mijn schoonvader ontzettende last van heimwee. Dat maakte het voor hem een hele negatieve ervaring waar hij niet over sprak.”

Over zijn tijd op een scheepswerf vlakbij de Poolse grens liet de man echter weinig losOmdat zijn schoonvader deze verhalen niet vertelde moest Jacques op een andere manier aan informatie komen. Google werd zijn grote vriend en op internet vond hij een berg aan informatie. Ook de gesprekken met zijn schoonmoeder waren zeer waardevol. ,,Maar ze hebben elkaar pas na de oorlog leren kennen dus ook zij wist niet alles. Bovendien was mijn schoonmoeder al in de negentig op dat moment. Soms wist ze ook niet meer precies hoe iets zat. Dan vertelde ze iets en dat moest ik dan vervolgens via internet weer verifiëren. Dan kwam ik weer met extra informatie en dan herinnerde mijn schoonmoeder zich weer iets.” En zo legde Jacques stukje voor stukje de puzzel. 

Het verhaal: Wouter uit Leiden is student op de Zeevaartschool in Vlissingen en verblijft daar in het internaat. Doordat het gebouw in 1941 gevorderd wordt door de Duitsers gaat de opleiding verder in Nijmegen. Hier wordt hij samen met een studiegenoot ingekwartierd bij een familie. Totaal onverwacht worden alle studenten daar in de herfst van '41 op transport gezet naar Schwinemünde aan de Oostzee bij de Poolse grens.
Na een lange treinreis met een korte  tussenstop in een durchgangslager aan de Priesterweg te Berlijn worden ze tewerk gesteld op een scheepswerf in Ostswine. Tijdens zijn vakantieverlof in Leiden (juni 1942) besluit hij om onder te duiken. Een verzetsman in Den Haag regelt een onderduikadres bij een arts in Aalten. Hier verblijft hij gedurende de oorlog. Met leuke, leerzame, enerverende en schokkende gebeurtenissen tot de bevrijding een feit is.

Veel had hij aan het boek dat geschreven was op basis van de dagboeken die door andere tewerkgestelden in Schwinemünde waren bijgehouden. ,,Dat boek kwam ik tegen tijdens een van mijn vele speurtochten op internet. Ik besloot het aan te schaffen en kreeg zo een goed beeld van de omstandigheden waarmee mijn schoonvader te maken had daar op die scheepswerf.”

Tijdens zijn vakantieverlof in juni 1941 besluit zijn schoonvader dat hij niet meer terug wil naar de scheepswerf in Duitsland. ,,Zijn ouders waren daar aanvankelijk helemaal niet blij mee. Die waren doodsbang dat ze daardoor problemen zouden krijgen met de Duitsers”, vertelt Jacques. Toch zette zijn schoonvader door en via een bevriende melkboer kwam hij terecht bij een verzetsstrijder die een onderduikadres voor hem regelde bij een doktersgezin in Aalten. 

GEPUZZEL ,,Daar maakte hij echt onderdeel uit van het gezin. Over deze tijd vertelde hij ook vaak. Dan vertelde hij dat hij daar auto heeft leren rijden. Hij vertelde bijvoorbeeld dat er daar aan eten geen gebrek was en dat hij werd ingezet in het huishouden. Ja, hij had echt positieve herinneringen aan die tijd.” Hoewel Jacques deze verhalen uit de eerste hand had gehoord, bleek het toch lastig om de tijd die zijn schoonvader in Aalten doorbracht in het boek te verwerken. ,,Mijn schoonvader zat daar natuurlijk wel ondergedoken dus hij kwam nauwelijks buiten. Om te weten hoe het er in die tijd aan toe ging in Aalten heb ik uiteindelijk weer heel veel onderzoek moeten verrichten. Dat was uiteindelijk nog een hoop gepuzzel om dat allemaal goed op papier te krijgen.”

Het was uiteindelijk nog een hoop gepuzzel om dat allemaal goed op papier te krijgenEn daar komt de schoolmeester in hem naar boven. Hoewel het boek toegankelijk en makkelijk leesbaar is, vindt Jacques het belangrijk dat de geschiedkundige informatie correct is. ,,Daar is ook veel aandacht voor in het boek. Ik vond dat erg leuk om uit te zoeken en op die manier kon ik mijn verhaal zo beeldend mogelijk opschrijven. Het maakt het verhaal nog levendiger. Hier en daar besteed ik ook aandacht aan de achtergronden van bepaalde gebeurtenissen. Maar als je dat niet interessant vindt, kun je die informatie ook overslaan. dan houdt je een mooie roman over. het is zeker geen zwaar op de hand liggend boek.”

EERBETOON Jacques vind het belangrijk dat de verhalen van de tweede wereldoorlog bewaard blijven. ,,Toen mijn vader overleed besefte ik ineens dat ik zijn verhaal op wilde schrijven. Als soort eerbetoon aan hem. Ik dacht dat het mooi zou zijn als het boek dan in het jaar dat Nederland 75 jaar vrijheid kent, uitgegeven kon worden.” Dat werd uiteindelijk nog wel een race tegen de klok. ,,Ja”, lacht Jacques, ,,het venijn zat hem in de staart. Het vergde toch veel meer speurwerk en gepuzzel dan ik aanvankelijk dacht. Maar ik ben tevreden met het eindresultaat.”

Of er ooit een tweede boek gaat komen? Jacques weet het niet. ,,Wie weet”, zegt hij. ,,Ik vond het ontzettend leuk om te doen. Voor ik ging schrijven schilderde ik veel. En schrijven is eigenlijk een zelfde soort proces. Je begint ergens en je weet eigenlijk niet hoe het zich ontwikkelt. En voor je het weet heb je een boek van 200 pagina’s voor je neus liggen.”

Het boek met ISBN 978 90 8759 932 4-NUR 300 is te koop bij boekhandel de Mandarijn in Gorinchem of te bestellen via www.kelbo.nl en bol.com.

door Mirjam de Swart

Foto: