Halve klassen, van 10 tot 15 kinderen, gaan vanaf nu halve dagen naar school. Dat betekent elke dag onderwijs volgen, zegt Hellen. ,,We doen dit om meerdere redenen. We hebben tijdens het werken op afstand veel contact met ouders gehad en we zagen de zorgen en het soms niet lukken van het geven van onderwijs. Daardoor kwamen er meer spanningen, kwamen er ruzies en zagen we een stijging van het aantal hulpvragen van ouders aan leerkrachten. Op afstand konden we soms ouders niet goed aansturen, zoals bij kwetsbare gezinnen. Mochten we hele dagen open gaan, dan belasten we ouders nog evenveel. Nu nemen we de dagelijkse zorg voor de kinderen weer over. We gaan het samen doen. Door kinderen halve dagen naar school te laten gaan, nemen we een stuk spanning weg.”

Ouders reageren goed op dit besluit, dat genomen is in samenspraak met Stichting OVO, waar J.P. Waale onder valt en dat met de halve dagen ook gevolgd wordt door Daltonschool De Poorter en OBS Anne Frank. Hellen: ,,Ouders reageren over het algemene positief zodra we uitleggen hoe we het gaan doen en waarom. Het kost ons wat meer tijd, maar we gaan zo richting maatwerk. Want ook in crisistijd willen we passend onderwijs bieden. Een enkeling zal het vast liever anders gezien hebben, maar ook met die ouders kijken we mee. We hebben ook wat ouders die het allemaal wat te spannend vinden en hun kind liever nog even thuis houden. Het is ook spannend, maar we hebben een vrij strak plan bedacht.”

Met allerlei maatregelen, zoals dat ouders niet op het schoolplein mogen gaan staan en niet de school in mogen komen. De groepen kinderen worden op de J.P. Waale uit elkaar gehouden doordat leerkrachten groepjes leerlingen op het plein verzamelen en vervolgens per groep naar binnen gaan om daar allereerst de handen te wassen. ,,Het is een hele puzzel”, geeft Hellen toe. ,,Maar we hopen dat we hierdoor geen groepen naar huis hoeven te sturen, zodat de ouders vanaf nu ontlast worden. We denken dat we op deze manier op een verantwoorde manier weer aan de slag kunnen gaan. Met continu in het achterhoofd of we ons wel goed aan de RIVM-maatregelen houden. Daarvoor hebben we ook goed overleg met OVO.”

Hellen wil graag nog kwijt dat ze het woord ‘leerachterstand’ niet meer kan horen. ,,Die is er niet. We leveren passend onderwijs, dus dan is er geen achterstand. Wel is er kans-ongelijkheid: Niet alle ouders kúnnen hun kinderen optimaal begeleiden of aansturen. Daar zitten wel grote verschillen in. Ik wil een tegengeluid geven en zeggen dat we over het algemeen veel meer moeten focussen op die kans-ongelijkheid in het onderwijs.”

door Eline Lohman