"Wat doen ze nou", roept de een, "Zijn ze nou gek geworden", zegt de ander. De verontwaardiging galmt. "De kinderen hebben hier altijd zo heerlijk kunnen struinen en moet je nou zien". Het woord struinen springt mij in het oor. Een zeldzaam woord dezer dagen. Het is Oud-Hollands en het staat voor rondscharrelen, rommelend rondlopen, ongericht rondsnuffelen. Dat kan in ons aangeharkte park Nederland bijna nergens meer.

Ik vertel de dames dat er een meidoornhaag wordt aangelegd. Wethouder is er onlangs speciaal voor uitgerukt. Hij was te herkennen aan de vrijwel ongebruikte, glimmende kaplaarzen. Tezamen met enkele heren van de stichting Vestingwal plantte hij het eerste armetierige meidoorntje, nu nog vrijwel doornloos, maar straks een geducht wapen tegen de vijand vanuit Oost en de rivier. Voor de Stadsomroeper was het deze keer wat te vroeg, maar fotograaf was ter plekke. Dat spreekt.

Inmiddels is langs de gehele Soldatenwal een kaarsrecht lint van struikjes verschenen, strak in het gelid, een onverschrokken stekelige ondoordringbare verdedigingshaag in wording. Om de drie meter zijn tussen de meidoorntjes langs een kaarsrechte lijn houten, ronde paaltjes in de grond geheid, die op diverse hoogten met stevig staaldraad verbonden zijn. "Waarvoor is dat dan", blaft dame twee, de booste van de twee. Ik vertel de dames, dat ik niet van de gemeente ben, maar slechts als een soort vrijwillige, goedbedoelende en onbezoldigde woordvoerder optreed. "Don't shoot the pianoplayer', grap ik misplaatst ende vergeefs. Ik vertel dat die paaltjes en draden dienen om de struinende mensen op het struinpad ervan te weerhouden om door de meidoornhaag te snuffelen en te scharrelen, teneinde aan de waterkant te geraken. Zij zouden dan de jonge haag en zichzelf kunnen beschadigen. Ze moeten wel netjes op het struinpad blijven natuurlijk. Een honend geluid zwelt aan, ik voel dat ik mij belachelijk heb gemaakt en haast mij te zeggen, dat ik dit ook maar heb van horen zeggen.

"Struinpad? Struinpad?", bulderen ze tweestemmig. "Waar moet je dan struinen? Gek!" Ik wijs ze stotterend op het modderstrookje, pakweg anderhalve meter breed, dat tussen de stadsmuur en de jonge haag voor het struinen resteert. "Dat zal straks wel netjes geplaveid worden met van die gezellige boomschorsjes, zodat het er allemaal als een echt struinpad uitziet." Zij kijken mij aan met vier nadrukkelijk opgetrokken wenkbrauwen. Ik voel dat ik bloos. Namens de gemeente. Zij vervolgen hun pad hoofdschuddend en grappen over cultuurveldjes, het uitlaten van katten aan een riempje, vogelvrije zones, waar de katten vrij mogen struinen en synthetische natuurspeeltuintjes en ravotpleintjes in nieuwbouwwijken.

Jos Huibers - jos.huib@icloud.com