
(On)bekende Gorcumse gezichten van WO II (deel 12): A.D. Boon
9 juli 2022 om 12:55 HistorieSinds 4 jaar verdiept Sjaak Kouwenhoven in de gebeurtenissen in en rond Gorinchem tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het viel hem daarbij op dat veel mensen/ gebeurtenissen uit deze regio de (regionale) geschiedenisboeken niet hebben gehaald.
,,Het is toch erg vreemd dat bijna niemand die mensen nog kent. Het is zeker niet vanzelfsprekend dat we nu in vrijheid kunnen leven, daar is voor gevochten, vaak met de dood tot gevolg!”, aldus Kouwenhoven
Het is zijn streven om deze “vergeten” moedige mensen incl. de (joodse) slachtoffers uit Gorcum e.o. een gezicht te geven door onder meer met enige regelmaat een verhaal over hen te schrijven in De Stad Gorinchem. ,,Opdat wij niet vergeten”
Arie Dingeman Boon (24 maart 1910 - 17 oktober 1962)
Rol: verzetsstrijder
We schrijven 1942, een auto stopt voor het joodse weeshuis aan de Mathenesserlaan te Rotterdam. De 2 kinderen, Jetty en Line, van de joodse familie van Vriesland (Achter de Kerk 5, Gorcum) zijn daar eerder op de dag door de SD gebracht nadat ze op hun onderduikadres in Rotterdam-Tuindorp zijn ontdekt. In het weeshuis werden joodse kinderen ondergebracht alwaar ze verbleven totdat ze afgevoerd werden naar de kampen.
In de auto, die uit Gorcum komt, zitten de verzetsstrijders Dingeman Boon, Arie Timmer (leraar Ambachtsschool) en politieagent Peters met zijn vrouw (uit Amsterdam). Agent Peters is in uniform en gaat naar binnen met een paar geboortebewijzen en de boodschap dat deze kinderen onmiddellijk naar het hoofdbureau van de politie in Rotterdam gebracht moeten worden.
Het lukt hem de twee kinderen mee te nemen waarna ze bij de ouders van agent Peters in Amsterdam worden ondergebracht. Inmiddels zijn vader en moeder Van Vriesland daar ook ondergedoken.
De directrice van het weeshuis is nog door de SD naar Gorcum gebracht. Alle agenten moesten daar aantreden om te zien of de betreffende agent erbij was. Dat was natuurlijk niet het geval daar deze in Amsterdam zat.
Dit verhaal gaat over een vergeten Gorcumse verzetsstrijder van het eerste uur, Dingeman Boon. (alias “Ad”)
ARKEL Dingeman Boon werd op 24 maart 1910 geboren, in een arbeidershuisje aan de kanaaldijk 56 in Arkel. Op zijn 12e moest hij op het land gaan werken. Geld voor een vervolgopleiding was er niet. Hij heeft een vervolgopleiding altijd als een gemis ervaren.
Met avondstudies en veel lezen probeerde hij toch zijn kennis te vergroten. Via baantjes bij Betondak en de Vries&Robbé kwam hij terecht bij de garage van
C.F. van Mill, eerst als kantoorbediende, later als garage-chef.
In 1936 trouwde Dingeman met Elizabeth Jenneke van Steenis (Bets) die ook afkomstig was uit Arkel. Ze gingen boven de garage wonen, Walstraat 2, op de hoek van de Walstraat/Arkelstraat. Het stel was zeer gelovig en mogelijk dat Dingeman Boon zich hierdoor geroepen voelde om na de inval van de Duitsers te strijden tegen dit onrecht.
Zijn vrouw Bets was een sterke vrouw die hem overal in steunde. Van zijn verzetsactiviteiten wist zij vrijwel niets. Dat gold ook voor anderen. Wat je niet weet, kan je niet verraden, redeneerde Dingeman.
ILLEGALE BLAADJES Dingeman Boon begon al in 1941 met het verspreiden van illegale blaadjes. Deze werden eerst vermenigvuldigd op een stencilmachine en daarna verspreid. Later in de oorlog vervoerde Dingeman grotere hoeveelheden, voornamelijk Trouw. Die aantallen liepen al snel op tot 15.000-25.000 exemplaren. Dit gebeurde met een auto, van Hilversum naar Rotterdam en van Den Haag naar Vlissingen. Ook hielp hij mee bij de productie van Trouw door partijen blanco papier te vervoeren.
De controles op de bruggen leverden de meeste problemen op. De transporten werden dan “gecamoufleerd” met auto-onderdelen en generatorbrandstoffen.
Al die opdrachten liepen via de bekende Rotterdamse KP (Knokploeg) leider Samuel Esmeijer (20-12 1920 - 29-11 1944) alias “Paul”. Esmeijer was een expert op het gebied van overvallen en deed mee aan het ‘kraken’ van gevangenissen (o.a. de gevangenissen aan de Noordsingel en het Haagseveer in Rotterdam. Helaas sneuvelde hij in het najaar van 1944 in een vuurgevecht met SS’ers terwijl hij in Apeldoorn de Willem Ill-kazerne probeerde te verkennen, ter voorbereiding van de bevrijding van opgesloten verzetsstrijders.
Veel verzetsactiviteiten van Dingeman Boon waren mogelijk omdat hij via zijn werkgever Van Mill over de benodigde middelen kon beschikken. Zo had hij de beschikking over een auto met brandstof. Daarnaast had hij Wehrmachtspapieren zodat hij kon gaan en staan waar hij wilde. Ook had hij, net als zijn Van Mill-collega’s vrijstelling voor de Arbeitseinsatz.
Dit alles was mogelijk doordat garage Van Mill het onderhoud deed van het wagenpark van de Wehrmacht. Onder meer deze houding van de gebr. Van Mill is overigens ook de reden geweest dat er na de oorlog een onderzoek door de PRA Dordrecht heeft plaatsgevonden.
Er zijn veel meer Nederlandse bedrijven geweest die voor de Duitsers hebben gewerkt, vaak gedwongen, soms vrijwillig en uit winstbejag.
![]()
De garage van Van Mill aan de Arkelstraat - Centraal Archief Gorinchem.
JODENVERVOLGING In 1942 waren de jodenvervolgingen in volle gang, ook in Gorcum. De Sicherheitsdienst en de NL-politie pakten joden op die vervolgens via kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in Duitsland werden gestuurd.
Het huis aan de Walstraat 2 (boven de garage) was een onderduikadres voor mensen die gezocht werden door de Duitsers. In een kast was hiervoor een schuilplaats gemaakt. De benodigde bonkaarten (t.b.v. eten/drinken) voor deze onderduikers werden verzorgd door Samuel Esmeijer en later door Henk van Os (LO-districtsleider) van de Nieuwe Hoven
In de zomer van 1942 begonnen de massale deportaties naar de ‘werk’kampen in Duitsland. Dat was voor Jacob “Jaap” Slösser reden om onder te duiken. Jaap, jood en “reiziger” (vertegenwoordiger) bij C.F. van Mill zat korte tijd bij Boon thuis ondergedoken in een verborgen schuilplaats. Doordat het huis een doorgangshuis werd voor tientallen mensen in nood was het veiliger dat Jaap Slösser onderdook bij de familie Scheffer (Scheffer was adjudant) in de Pr. Hendrikstraat nr. 9.
Slösser heeft hierdoor de oorlog overleefd, maar vrijwel zijn gehele Doetinchemse familie, waaronder zijn ouders en twee zusters, zijn in Auschwitz vermoord. Dingeman Boon en Jaap Slösser waren nog enkele malen naar Doetinchem gereden om hen te laten onderduiken, maar ze weigerden, “het zal wel meevallen”.
In die periode heeft Boon tientallen joden en hun gezinnen vervoerd en geholpen bij het onderduiken, het was bijna aan de orde van de dag. Arie Timmer (leraar Ambachtsschool) en Marinus Spronk waren hier ook regelmatig bij betrokken.
Een deel van het verhaal van de familie v Vriesland (Achter de Kerk 5, Gorcum) beschreef ik al kort aan het begin van dit artikel. Pa en ma van Vriesland, een joods gezin met twee kinderen (de meisjes Line en Jetty) zaten aan het begin van de oorlog ondergedoken, in het gehuurde pakhuis van Marinus Spronk, in de Keizerstraat. De dochter van Marinus Spronk, Tilly, bracht hen eten. Marinus Spronk hielp het gezin onderduiken, de kinderen in Rotterdam, de ouders in Amsterdam. De kinderen werden na de “bevrijdingsactie” van Boon, Timmer en Peters uit het joods weeshuis in Rotterdam ook naar het onderduikadres van hun ouders in Amsterdam gebracht.
Helaas werd het schrijven van een brief door een familielid de familie fataal. De familie Van Vriesland met kinderen, familie Peters sr en Arie Timmer en enkele anderen werden door de SD gearresteerd. De familie Van Vriesland heeft de oorlog niet overleefd. Door de zwijgzaamheid van o.a. de joodse familie is de rol v Dingeman Boon nooit bekend geworden.
![]()
Line van Vriesland in het joodse schoolklasje van Gorinchem juni 1942 - Joods monument
FAMILIE SACHS De joodse familie Sachs woonde op de Varkenmarkt nr. 2 (boven het café van F. Wels). Het gezin (twee dochters) moest op stel en sprong vluchten en had niets mee kunnen nemen naar het onderduikadres in Meerkerk. Hun woning werd meteen verzegeld, er mocht niemand meer naar binnen.
Daar de familie Sachs toch nog wat spullen wilden ophalen (o.a. kleding) meldden vader en moeder Sachs zich bij Dingeman Boon. Na enig overleg werd er afgesproken dat er zou worden “ingebroken” in de verzegelde woning van het gezin Sachs.
Zo gebeurde het dat op een avond het echtpaar Sachs, Dingeman Boon, Marinus Spronk, Arie Timmer en Flip Olivier het zegel verbraken en met de sleutel de deur openden. De spullen zouden worden klaargezet en Boon zou de auto halen zodat alles ingeladen kon worden. Boon had de auto niet voor het huis gezet maar deze in de Arkelstraat geparkeerd omdat hij het niet veilig vond de auto voor het huis van Sachs te parkeren. Met z’n allen waren ze naar binnen gegaan en hadden de spullen klaargezet.
Boon ging de auto halen en zag in het donker een gedaante voor het café Van Wels staan. Opeens ging er een grote zaklantaarn aan en er werd “Halt, Politie” geroepen. Spronk en Timmer hadden dit ook gehoord en namen direct de benen. De politieagent Piet Kemper was door de commissaris gestuurd omdat deze was gebeld door de buren. Zij hadden namelijk geluiden gehoord in het huis van Sachs. Zij waren niet op de hoogte van de “inbraak”. Piet Kemper wist Arie Timmer in te halen en te arresteren. Helaas kenden Kemper en Timmer elkaar niet. Timmer vertelde het gehele verhaal naar waarheid hetgeen niet geloofd werd door Kemper. Agent Kemper wist waarschijnlijk niet goed wat hij met de situatie aan moest en vertelde het verhaal aan de commissaris. Intussen liet hij Timmer lopen nadat hij zijn persoonsbewijs had moeten inleveren.
Intussen had Boon het echtpaar Sachs naar hun onderduikadres in Meerkerk gebracht en bij thuiskomst zat agent Kemper op hem te wachten. De commissaris had bevolen om huiszoeking te doen bij Timmer en Boon maar zij hadden niets kunnen vinden. Agent Kemper had van tevoren de vrouw van Boon weten te waarschuwen.
Kemper had gewacht op Boon om te bespreken hoe ze de situatie nog konden redden. Er werd afgesproken dat Kemper een verbaal zou opstellen waarin melding werd gemaakt van een inbraak in het pand van Sachs en daarbij werd Timmer als onschuldige passant ten onrechte gearresteerd. De “echte” inbrekers hadden intussen de benen genomen.
Een mooie afspraak maar de commissaris weigerde het proces-verbaal te tekenen omdat hij eerder een ander verhaal had gehoord. Burgemeester Van Rappard gaf opdracht dat Kemper zijn verbaal zou opstellen en dat de commissaris en hij dit zouden ondertekenen. Klaar!
Enkele dagen later werd er weer “ingebroken” in de woning van de familie Sachs, maar nu met medeweten van de politie (Kemper, De Heus, De Vries). Alsnog konden de spullen worden opgehaald en op het onderduikadres van de familie Sachs worden afgeleverd.
Helaas werd het gezin Sachs later door verraad alsnog weggevoerd. Ook zij overleefden de oorlog niet.
Andere bekende joodse personen uit Gorcum die geholpen werden bij het onderduiken:
Fam. Meijer Sr van de Kortendijk - naar Herwijnen, later naar Oudendijk, daar gearresteerd. Fam Meijer Jr. uit de Burgstraat – naar Herwijnen, daarna naar Oudendijk, daarna naar Geldermalsen. Mevr. Van Straten – naar Achterdijk en later naar Arkel. Dingeman Boon kreeg het helpen van (joodse) onderduikers in Gorcum hulp van de volgende mensen: Arie Timmer uit de Boerenstraat, Marinus Spronk uit de Haarstraat, Flip Olivier uit de Krijtstraat, Wout uit de Plank uit de Arkelstraat, “zuster” De Boer (kraamverzorgster) en de politieagenten De Heus, Kemper en de Vries.
DISTRIBUTIEOVERVALLEN Al voor de oorlog (t/m 1950!) bestonden er distributiekantoren. Deze hadden tot taak de schaarse goederen zo goed mogelijk onder de bevolking te verdelen. Door het verzet werden deze kantoren gedurende de oorlog regelmatig overvallen om aan bonnen voor onderduikers te komen. Zo ook heeft Boon deelgenomen aan diverse overvallen. Deze opdrachten kreeg hij van de Rotterdamse KP-leider Samuel “Paul” Esmeijer. Deze overvallen werden vaak in samenwerking met andere KP-ploegen uitgevoerd.
Met hulp van een bij het verzet aangesloten ambtenaar stormen op 13 maart 1944 gemaskerde mannen met pistolen het distributiekantoor van IJsselstein binnen.
Boon zou enkele minuten later de auto voorrijden. Op hetzelfde moment is de nieuwe NSB-burgemeester H. Moot met de bewaker/lijfwacht in de geopende kluis om controlezegels voor persoonsbewijzen en stamkaarten te pakken. De hele kluis werd direct leeggehaald.![]()
De bekende Rotterdamse KP (knokploeg) leider Samuel Esmeijer was een expert op het gebied van overvallen - Netwerk Oorlogsbronnen.nl
Nadat de burgemeester en vier anderen in de kluis waren opgesloten, snelden de gemaskerde mannen met 20.000 kaarten zich naar de gereedstaande auto en weg waren ze. De fanatieke NSB-burgemeester schreeuwde moord en brand: ,,Jullie zullen nog van mij horen.” Onderweg ontdekten de KP-leden dat ze per ongeluk de sleutel van de kluis hadden meegenomen. Het zal dus de nodige moeite hebben gekost om de opgesloten burgemeester en zijn mannen weer te bevrijden. Het voorval veroorzaakte de nodige hilariteit onder de IJsselsteiners. Het verblijf in de kluis leverde Moot ook meteen de bijnaam “Harry de Kluizenaar” op.
Ook een overval op het distributiekantoor van Sliedrecht (samen met KP Rotterdam) op 17 jan 1944 verliep succesvol. De buitgemaakte bonnen verdwenen naar de Biesbosch en Lexmond.
Een overval op een distributiekantoor was een zeer riskante actie die veel voorbereiding vergde. Het ging dan ook regelmatig mis. In Alblasserdam mislukte een overval vier keer omdat er telkens iets tussen kwam. In Katwijk mislukte de overval ook en werd één KP-lid doodgeschoten door de politie.
De overval op de postauto in de Tolsteeg te Gorcum werd op 22 dec 1943 uitgevoerd door de KP-ploeg van Jan de Goot (Woudrichem). Deze overval leverde 11.600 bonkaarten op. Bij deze overval was de inzet van Boon beperkt. Op de afgesproken dag kwamen er zes personen naar Gorcum (KP Jan de Groot) met een personenauto van het merk Nash. Deze auto werd die nacht door Boon gestald in de garage in de Arkelstraat. De zes mannen, zich voordoend als NSB’ers, sliepen in Hotel Metropole. De postauto, een huurwagen met een houtgasgenerator, was van Van Mill en zou worden gereden door L. Havelaar met als postbeambte Zijl. Deze twee heren waren niet in vertrouwen genomen.
Gewoonlijk gingen de distributiebonnen in twee keer weg naar het postkantoor van Almkerk. De ene helft ’s middags en de andere helft de volgende morgen. Alleen als de postauto
’s middags te laat kwam, kwamen de bonnen weer terug, daar het postkantoor in Almkerk de bonnen niet ‘s nachts mocht bewaren en het postkantoor gesloten was.
Zo gebeurde het dat de postauto te laat was en dat op de ochtend van 22 december 1943 de postauto een dubbele hoeveelheid bonnen vervoerde. Op weg naar de veerboot werd de postauto op de Tolsteeg aangehouden. Enkele mannen stapten in de postauto en dwongen de chauffeur via de nieuwe weg richting Zaltbommel te rijden. Bij Vuren werden de heren geboeid en werd de postauto leeggehaald.
De buit: 10.000 bonnen en een grote hoeveelheid rantsoenbonnen en geld. Een groot deel hiervan vond zijn weg naar de vele onderduikers in de Biesbosch.
ARRESTATIE Op zondag 23 april kwam een neef van Dingeman Boon over uit Rotterdam.
Dingeman vroeg hem een briefje mee te nemen voor Samuel Esmeijer, KP-leider, Bergsingel te Rotterdam. Dat briefje had ongeveer de volgende inhoud:
Sam,
Zend me twee stuks zoals ik er de vorige maand één heb gehad.
Krijg ik m’n zakmes terug?
AD.
Het adres werd mondeling doorgegeven. Toen zijn neef op het bewuste adres aankwam, bleek het bezet door de SD. De neef werd meteen ingerekend. Onwetend van de illegale activiteiten van Boon vertelde hij de SD van wie hij het briefje had gekregen. Dezelfde avond stond de SD met vijf man bij Boon voor de deur in Gorcum. Er werd aangebeld en Boon opende het raam boven open. Eén persoon fluisterde ,,Hier is Sam, doe eens snel open”. Boon trapte erin en deed de deur open. Meteen stoven de SD-mannen met getrokken pistolen de trap op en arresteerden Boon, terwijl het bewuste briefje aan hem werd getoond.
Ontkennen had geen zin meer, dus hij vertelde de SD dat het briefje inderdaad door hem was geschreven en dat het ging over een bestelling spuitverf (lak). Dit was het eerste dat hem binnenschoot en het was niet ondenkbaar daar hij werkzaam was in een garage en de lak was nodig voor het spuiten van Duitse auto’s. Natuurlijk werd hij niet geloofd en heel het huis werd overhoopgehaald.
Boon maakte zich zorgen over de aanwezigheid van zijn pistool en enkele “illegale” spullen. Deze lagen in de slaapkamer. Boon kon niets doen want er stonden twee mannen naast hem die hun pistool continu op hem hadden gericht.
Toen Boon werd gesommeerd om afscheid te nemen van zijn vrouw fluisterde hij in haar oor waar zijn pistool en de andere spullen waren en hoe ze deze kon “laten verdwijnen”. Daarop vroeg zijn vrouw of ze wat kleren voor haar man te mocht halen waarna ze met toestemming naar boven liep en de gelegenheid had het pistool en de spullen te verstoppen onder het matrasje van hun pasgeboren zoon Wim.
Dingeman Boon werd meegenomen en werd via Alblasserdam naar het Haagseveer in Rotterdam gereden. Onderweg had Boon nog de tijd om zijn verzonnen verhaal uit te werken. De SD geloofde Boon niet maar Boon hield vast aan zijn verhaal en ze konden eigenlijk niet meer bewijzen dan “zwarthandel”. Ondanks stevige verhoren door de beruchte SD’ers Hoffmann en Richter, die niet schuwden om zelf arrestanten te martelen en zelfs dood te schieten, hield het verzonnen verhaal van Boon stand. Hij vroeg ze of dit hun dank was voor zijn 4 jaar trouwe arbeid voor de Deutsche Wehrmacht.
![]()
Kurt Richter, een van de beruchte SD-mannen, die Boon hardhandig ondervroegen. - Bron: Handhaven onder de nieuwe orde - de politieke geschiedenis van de Rotterdamse politie tijdens de Tweede Wereldoorlog F.A.M. van Riet
Boon werd vastgehouden en verwachtte dat hij voor het Obergericht (Duitse rechtbank) moest verschijnen. Zover is het niet gekomen. Boon zat 15 dagen gevangen op het Haagse veer, 15 dagen bij de rivierpolitie en werd daarna naar kamp Amersfoort gebracht.
In kamp Amersfoort schijnt KP-leider Samuel Esmeijer ervoor gezorgd te hebben dat via een illegale medewerker bij de administratie van de SD het nummer van Boon doorgegeven werd voor vrijlating, iets wat vaker gebeurde. Samen met enkele anderen (waaronder zijn neef) werd Boon inderdaad op 4 augustus 1944 vrijgelaten. Hij had toen 2,5 maand in het kamp gezeten.
Bij zijn thuiskomst moest hij natuurlijk voorzichtig zijn daar de mogelijkheid tot ontdekking niet was uitgesloten. Boon sliep dus niet thuis maar op de Langendijk.
BINNENLANDSE STRIJDKRACHTEN Ondertussen pakte Boon zijn verzetswerk weer op, maar omdat de Geallieerden intussen naderden, was het moeilijker geworden om je vrij te kunnen bewegen binnen een groot gedeelte van Nederland. Boon besloot het daarom dichterbij te zoeken en sloot zich aan bij de SG (= Strijdend Gedeelte) van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.
Hij kon zich aansluiten bij de staf en werd hoofd Sectie VI, afdeling vervoer district Gorcum
Het werk (voor de bevrijding) kwam in hoofdzaak neer op het vervoeren en klaar maken van wapens en het oefenen van de verschillende ploegen.
Na de bevrijding moest het dagelijks bestuur van de gemeente Gorcum weer worden hersteld. Het oorspronkelijk bestuurscollege werd namelijk in aug 1941 opgeheven. Er werd eerst een Raad van Bijstand gevormd en later een tijdelijke gemeenteraad. Dingeman Boon heeft zitting gehad in beide organen.
De Raad van Bijstand, een adviesorgaan, kwam voort uit de wensgedachte tijdens de overgangsperiode een orgaan in de gemeente te hebben, waarin de volksinvloed tot uitdrukking kon komen. In samenwerking tussen burgemeester en illegaliteit werd deze raad samengesteld uit oud illegalen (verzetsstrijders) en gewone burgers. In deze Raad zaten naast Boon ook.de verzetsstrijders Henk van Os en Hermanus Steehouwer.
Dingeman Boon is na een kortstondige ziekte in 1962 overleden. Postuum werd het Verzetsherdenkingskruis aan hem uitgereikt.
![]()
Verzetsherdenkingskruis ‘de tyrannie verdrijven 1940-1945’ - Bron: wikimedia.org
Bronnen
Interview Wim Boon
Vertel nog eens over de oorlog, Kees de Lang
Regionaal archief Gorinchem (René van Dijk)
Stadsarchief Rotterdam
Info Bert Stamkot (inzake Jaap Slösser)
Gorcumse Courant 8 juli 1971
www.tweede-wereldoorlog.org/samuel-esmeijer-wordt-paul
muizenest.nl/2022/02/07/samuel-esmeijer-70/#more-27515
vrijheid.scouting.nl/scouting-in-de-oorlog/database-bestanden/verzet/1479-verzet-samuel-esmeijer
Nieuwsbulletin 29 mei 1945
Sjaak Kouwenhoven
![]()

