Afbeelding
Huibers

55: Kleinzoon en Kian

8 september 2024 om 14:44 Column 55 55

Onze jongste kleinzoon logeert bij ons. Hij is één jaar. In ons huis liggen brokstukken speelgoed en drie ballen in verschillende formaten verspreid over de vloer. De huiskamer ruikt vaag naar poepluier. Rond de kinderstoel plakken etensresten aan de houten vloer. We waren vroeger wakker dan anders, vooral oma heeft scherpe oren voor het vrolijke gekraai waarmee hij in de ochtend ontwaakt. Het is een vrolijk kind, het brabbelen en kraaien, dat aan het praten voorafgaat, klinkt voortdurend. Zijn gezichtje, waarin de donkere bruine ogen schitteren, toont, vrijwel permanent, een aanstekelijke lach, een innemende levenslust.

Beurtelings zitten wij op de vloer, opa en oma, en rollen met een bal of duwen rondjes met een plastic autootje. We voorzien een pluchen pop van een stemmetje, een hoog stemmetje. Hij lacht, het kind. De puurste lach die er bestaat. Hij wrijft met twee vuistjes in zijn ogen. Dat betekent, dat hij slaap heeft, zo heeft moeder, onze dochter, ons geïnstrueerd. Ze heeft het netjes opgeschreven. We hebben gedaan alsof we dat nog niet wisten.

We komen moeizaam overeind, de botten stram. Kinderen krijg je als je jonger bent, soepeler, energieker. Dat is niet voor niks zo geregeld. Straks komt zijn moeder hem weer halen. Ze heeft hem enorm gemist, zij ziet reikhalzend uit naar het weerzien, na vier dagen. Ze hoopt maar dat hij blij is om haar te zien.

Nu, terwijl hij slaapt, lees ik, ter voorbereiding van deze column, over Kelly. Kelly is 37 jaar. Zij heeft haar zoontje van 9 gedood, gesmoord met een kussen, nadat zij hem slaappillen had gegeven. Hij heette Kian. Volgens zijn vader was het een vrolijk kind, vol energie, humor en empathie. ,,Hij trok ons allemaal mee in het plezier van het leven en had een fascinatie voor de natuur.” Ook moeder Kelly verklaart dat Kian haar levensgeluk gaf, maar dat ze het leven ondraaglijk vond voor zichzelf en haar zoontje. De bedoeling was, “dat ze er allebei niet meer zouden zijn.”

Maar ze is er nog. Het Openbaar Ministerie eist een celstraf van 12 jaar en TBS. Wegens moord. Wat vooraf aan het drama niet of niet voldoende gezien werd, het verdriet, de worsteling van deze moeder, is inmiddels zorgvuldig in kaart gebracht. Achteraf. Ze heeft een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline-kenmerken. Ze leefde afgezonderd. Ze wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Daar waren geen deskundigen voor nodig geweest, denk ik, om een dergelijke diagnose te stellen. Was er vooraf maar iemand geweest, die het immense leed van deze vrouw in de gaten had. Die een hand had geboden.

Het kind is dood, de moeder moet door. Met naast alle vastgestelde kwalen, stoornissen en verwijten een immens gevoel van schuld. De bloemen, die na het gebeuren op haar stoep werden gelegd, zijn verwelkt, de kaarsjes gedoofd en opgeveegd. Maar de vrouw moet door. In een cel.

De kleinzoon is wakker. Leuk!

Jos Huibers

jos.huib@icloud.com