
Column 55: Kaboutersprookje
12 april 2026 om 14:32 Opinie Gemeenteraadsverkiezingen Gorinchem 2026‘Opa’, smeekt het kleinkind met haar liefste stemmetje, ‘wil je voorlezen. Van de kabouters.’ ‘Alweer van de kabouters’, bromt buurman Berend. Maar hij gaat overstag voor de mooiste blauwe ogen en pakt met een zucht het beduimelde sprookjesboek. En hij leest.
Over een kaboutervolkje dat bestaat uit twee verschillende groepen. Kabouters met de rode mutsen en kabouters met de blauwe mutsen Bij de blauwe mutsen zijn er twee kabouters, die een beetje ruzie hebben gekregen. De ene, kabouter Joop, wil graag een speciale school voor de blauwe kabouters, de ander, kabouter Pim wil dat niet. Bovendien willen ze alletwee gekozen worden in de Raad van Wijzen, die opperkabouter Mel terzijde moet staan om kabouterland te regeren.
Kabouter Mel is de wijste en eerlijkste van alle kabouters. Zij draagt dan ook een witte muts, waarop geen een vlekje zit. Joop en Pim gaan op bezoek bij alle blauwe mutsen om te vragen om op hen te stemmen. Zij doen heel aardig en beloven van alles. Bijvoorbeeld, dat zij een nieuw tuinpad krijgen of een leuke lantaarnpaal voor hun paddestoel. Ook vertellen zij dingen over elkaar die niet zo leuk zijn en dat zij zelf veel beter zijn en eerlijker dan de ander.
De kabouters met de blauwe mutsen vinden het moeilijk hoor. Wie moeten ze nou kiezen. Ze bellen elkaar op met hun piepkleine kaboutertelefoontjes. Als de kabouterverkiezingen zijn blijkt Joop veel meer stemmen te hebben dan Pim. Dat vindt Pimmetje heel erg. Hij kan namelijk niet zo goed tegen zijn verlies. Hij is toch immers de beste! Hij weet het zeker: kabouter Joop heeft vast vals gespeeld, dat kan niet anders.
Eigenlijk lijkt Pimmetje een beetje op die grote witte meneer die denkt dat hij de beste baas is van de wereld. Hij gaat het aan iedereen vragen: ‘Is kabouter Joop soms gemeen geweest, heeft hij jou dingen beloofd als je voor hem zou kiezen?’ Sommige kabouters zeggen ‘Ja, een lantaarnpaal of een tuinpad, maar dat heb jij immers ook gedaan, Pim.’
‘Het gaat nu niet om mij!’, zegt Pim heel boos, het gaat nu om Joop, die is gemeen. Willen jullie dat alsjeblieft aan opperkabouter Mel vertellen, dat hij heel gemeen is geweest. Je mag best een beetje overdrijven,’ Na lang aandringen doen ze dat dan maar, bijna allemaal tegelijk. Dat is een beetje dom, want wel verdacht natuurlijk. Waarom hebben ze dat immers niet eerder gedaan.
Opperkabouter Mel vindt het heel ingewikkeld en bedenkt na heel diep nadenken, dat het het beste is om opnieuw te gaan kiezen. En dan eerlijk natuurlijk. Kabouter Pim vraagt dan aan allemaal vriendjes, ook kabouters met rode mutsen om lelijke dingen te vertellen over kabouter Joop. Omdat hij zelf heel graag wil winnen. ‘Maar dat is toch niet eerlijk’, zegt kleinkind verontwaardigd. ‘Nee’, zegt Berend, dat is helemaal niet eerlijk.’ ‘Maar sprookjes zijn toch niet echt gebeurd’, zegt het kind. ‘Nee’, zegt Berend, ‘maar veel mensen geloven ze wel.’
Jos Huibers
jos.huib@icloud.com