Koos de Jonge met zijn vrienden in 1942
Koos de Jonge met zijn vrienden in 1942 Familie De Jonge

(On)bekende Gorcumse gezichten van WO II – Roelf Jan de Jonge (deel 1)

2 mei 2026 om 14:28 Historie

In september 1943 kwam er abrupt een einde aan een verzetsgroep in Gorinchem en omgeving. Binnen enkele dagen volgden arrestaties elkaar in hoog tempo op.

door Sjaak Kouwenhoven

Wat eraan voorafging, speelde zich grotendeels buiten het zicht af. Verraad en een verhoor bij de Sicherheitsdienst vormden een keten van gebeurtenissen die niet meer te stoppen was.
Kort daarna werden meerdere betrokkenen opgepakt. De groep hield op te bestaan. De arrestaties maken in korte tijd een einde aan de activiteiten van de groep. Marinus Spronk, Henk de Bie, Willem Leenheer en Lamberta Buiteman zouden nooit meer terugkeren, zij werden vermoord.

De totstandkoming van dit oorlogsverhaal
Het verhaal van Roelf Jan de Jonge is tot stand gekomen na onderzoek in archieven en gesprekken met nabestaanden. In dit geval kwam ik in contact met zijn zoon, Koos de Jonge. Koos was negen jaar toen de oorlog begon. Hij kon zich nog veel herinneren en stelde materiaal beschikbaar, waaronder een dagboekje en enkele brieven van zijn vader.


In die jaren woonde het gezin aan de Haarsekade, in het huis dat schuin op de hoek van de Emmastraat staat. Tijdens onze gesprekken noemde Koos ook zijn jeugdvrienden uit de oorlogstijd: Sipke Overdijk en Kees van Kekem. Voor deze jongens had de oorlog, ondanks de omstandigheden, ook iets van een avontuur. Ze trokken er regelmatig op uit langs de kazematten bij de zandlichamen van de geplande rijksweg, waarvan de aanleg door de oorlog was stilgelegd. Aan het einde van de oorlog haalden zij ook werktuigen uit Duitse tanks die in het plantsoen aan het begin van de Haarsekade stonden. Een deel van dat gereedschap is bewaard gebleven. Koos: ,,Zelf gebruik ik nog altijd een van die stukken, een oude puntbeitel. Niet stuk te krijgen, Deutsche gründlichkeit!”


Haarsekade jaren 30-40  - bron RAG

Wat dit onderzoek ook bijzonder maakte, was dat Koos zijn jeugdvrienden sinds de jaren vijftig niet meer had gezien. Door het verzamelen van informatie en het leggen van contacten lukte het om hen te traceren. Inmiddels waren zij op hoge leeftijd, maar beiden nog in leven. Het leidde tot een ontmoeting tussen Koos en Kees, bijna tachtig jaar nadat zij elkaar voor het laatst hadden gezien. Tijdens die ontmoeting werden herinneringen opgehaald en verhalen gedeeld. Het werd een lang gesprek, waarin de oorlogsjaren werden doorgesproken.

Ook Sipke Overdijk stond open voor een weerzien. Dat heeft echter niet meer plaatsgevonden. Hij overleed op 3 februari 2026, op 94-jarige leeftijd. Daarmee kwam het niet meer tot een hereniging van alle drie de jeugdvrienden.

Koos de Jonge was een zoon van de hoofdpersoon van dit verhaal, Roelf Jan de Jonge, die in Gorinchem werkte als gemeenteontvanger op het stadhuis.

Sipke Overdijk was een zoon van Harmen Overdijk, die eveneens in de Emmastraat tegenover de voormalige huishoudschool woonde en onder meer directeur was van Amilko American milk company). Koos: ,,In de oorlogstijd maakten ze kunsthoning. Lekker!” Tijdens de bezetting was Harmen Overdijk regionaal leider van de Centrale keukens (ook wel gaarkeukens genoemd). In Gorinchem waren er meerdere, waaronder één in de Emmastraat.

Kees van Kekem was de zoon van gemeentesecretaris Maarten Dirk van Kekem. Hij woonde met zijn gezin aan de De Vries Robbéweg. Tijdens de oorlog bleef zijn vader zijn functie uitoefenen.

De bezetters gebruikten het bestaande bestuur en wisten het slim naar hun hand te zetten. Democratie en inspraak pasten daar niet in, Met ingang van 1 september 1941 kwam er een einde aan de werkzaamheden van de gemeenteraad en aan die van het college van burgemeester en wethouders, zoals rijkscommissaris Seyss-lnquart had opgelegd. De taken van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en wethouders moest de burgemeester waarnemen, terwijl hij enige wethouders diende te benoemen om hem bij het besturen van de gemeente te adviseren. De Duitsers introduceerden hiermee een eenhoofdig gezag in het Nederlands bestuur, het zogenaamde leidersbeginsel.
Vrijdag 29 augustus 1941 vond de laatste vergadering van de raad der gemeente Gorinchem in oorlogstijd plaats, waarna het doek viel voor dit bestuurscollege.

Wie zijn zetel ter beschikking stelde, was wethouder mr. E.J.E.G. Vonkenberg, maar hij bleef in die functie beschikbaar tot de benoeming van een opvolger. Mr. J.A. Overwater, de andere wethouder, bleef op zijn post. Burgemeester Van Rappard wist zich gesteund door dit tweetal, dat sinds 1939 deel uitmaakte van het gemeentebestuur.

Vanaf 1 september 1941 bestond het college van burgemeester en wethouders niet meer. Bestuurlijke aangelegenheden werden behandeld in vergaderingen van de burgemeester met de wethouders der gemeente Gorinchem. Er was slechts een kleine nuance in de benaming, maar eigenlijk veranderde er niets, want die vergaderingen onder voorzitterschap van burgemeester Van Rappard werden bijgewoond door de beide wethouders en secretaris M.D. van Kekem.

In dit artikel ga ik uitgebreider in op het oorlogsverhaal van Roelf Jan de Jonge.
Tijdens zijn gevangenschap had hij al de nodige aantekeningen gemaakt op wc-papier en die toen na thuiskomst op papier uitgewerkt, respectievelijk. in mei 1940 en begin 1941.


Een Groninger in Gorinchem
Roelf Jan de Jonge wordt geboren op 2 maart 1898 in Westeremden. Hij groeit op in Groningen en kiest voor een loopbaan in het gemeentelijk bestuur en komt via Gouda (tweede commies ter secretarie) in 1928 naar Gorinchem waar G. Kootstra burgemeester was en die later zou worden opgevolgd door Van Rappard.
Samen met zijn vrouw Grietje betrokken hij een bovenwoning in de Arkelstraat. Enkele jaren later verhuisden zij naar de hoekwoning aan de Grote Haarsekade 7 (nu nummer 4) en de Emmastraat. De wijk was toen nog overzichtelijk en bestond uit De Nieuwe Hoven, De Haarsekaden en enkele aangrenzende straten. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Janny, Koos en Roel.


R.J. de Jonge te Gouda jaren ‘20 - Familie De Jonge

Roelf Jan werkte als gemeenteontvanger en was belast met het innen van alle gemeentelijke belastingen en ontvangsten, en het verrichten van alle uitgaven, zoals uitkeringen, uit de gemeentekas. De Jonge had een netwerk binnen de gemeente en was bestuurslid van het oudemannenhuis (Huize Steyndeld) en hij was ook betrokken bij de proeftuin aan de Eéndrachtsstraat (nu Lange Slagenstraat). De proeftuin was kort na zijn komst naar Gorinchem opgericht, rond 1928, op initiatief van burgemeester G. Kootstra. Het terrein lag aan de Eéndrachtstraat en bestond uit kassen en vollegrondsteelt, waar onder meer druiven, groenten en fruit werden gekweekt. De dagelijkse leiding lag bij Johannes Hermanus Kemperman. Roelf Jan de Jonge vervulde binnen de organisatie de functie van secretaris-penningmeester.
Dit alles veranderde in mei 1940 abrupt.


Eendrachtstraat Gorkum 1939 1940  - bron RAG

De Meidagen van 1940

Korte aantekeningen van De Jonge over de 5 oorlogsdagen (1940)

Vrijdag 10 mei
“‘s Morgens tegen een uur of vier wakker geworden door het gebrom van vliegtuigen.
Uit bed gestapt. We schrokken van het groot aantal en al spoedig gingen we de kinderen wekken. Plm. halfvijf stonden we reeds gekleed buiten. De buren en bekenden kwamen ook. Geregeld zagen we minstens een 100 tal vliegtuigen, zeer laagvliegende. Iedereen begreep dat er iets zeer bijzonders aan de hand was. Het woord oorlog kwam over ieders lippen. We konden ons evenwel niet begrijpen, dat er niet op geschoten werd. De hoogte van vele vliegtuigen was niet meer dan 50 meter. Ze scheerden als het ware over de huizen, vermoedelijk om indruk te maken. In den loop der morgen werd begonnen met schieten door het luchtafweergeschut en werd een mitrailleurpost opgesteld aan het eind der Nieuwe Hoven, onder de kastanjebomen. Uit de radioberichten bleek al spoedig welk een ramp ons land had getroffen. Gedurende den gehelen dag en ook ‘s avonds was het geronk van vliegtuigen niet van de lucht. Mede in verband met het afweergeschut gingen we niet erg gerust op bed.”

Het is nog niet duidelijk wat de oorlog voor De Jonge en zijn gezin zal betekenen.
In het volgende deel wordt zichtbaar hoe mei 1940 Gorinchem bereikt en het dagelijks leven verandert.

Sinds 8 jaar verdiept Sjaak Kouwenhoven zich in personen en gebeurtenissen uit de regio die een rol speelden tijdens WO II, maar die de geschiedenisboeken niet hebben gehaald. ,,Het is mijn streven deze ‘vergeten’ moedige mensen een gezicht te geven door verhalen over hen te schrijven in De Stad Gorinchem. Opdat wij niet vergeten ”

Sjaak Kouwenhoven