Familie de Jonge
Familie de Jonge R.J. de Jonge 1959

(On)bekende Gorcumse gezichten van WO II: Roelf Jan de Jonge (deel 2) - De Oorlog bereikt Gorinchem

12 mei 2026 om 11:05 Historie

Dankzij de herinneringen die Roelf Jan de Jonge tijdens zijn gevangenschap had opgetekend en later uitgewerkt, wordt zichtbaar hoe mei 1940 Gorinchem bereikt en het dagelijks leven verandert. In dit deel de indringende aantekeningen van De Jonge.

Zaterdag 11 mei
“Reeds zeer vroeg kwamen wederom de vliegtuigen, hoewel niet in zo’n grooten getale.
Van de luchtwachtpost alhier vernamen we dat Vrijdags ‘s morgens in twee uur tijd 600 vliegtuigen waren geteld. Waren er Vrijdags onafgebroken vliegtuigen te zien, deze dag vlogen er aanmerkelijk minder. Op het kantoor was weinig te doen. Alles werd klaar gemaakt voor algeheel vertrek en stukken van waarde werden geborgen in de brandvrije kluis. Verder werd dag en nacht dienstgedaan, met het oog op eventueele bijzondere gebeurtenissen. Velen wisten iets te vertellen, maar het bleef bij geruchten, want niemand wist eigenlijk precies hoe het nu met Nederland was gesteld. Slechts 1 gerucht berustte op volstrekte waarheid, en wel de mededeeling dat bij de fam. Zonderman, hoofdcommies, een zoon was geboren. Vele militairen lagen in de stad en het werd steeds moeilijker om te passeren. Iedereen werd aangehouden en ik moest wel zorgen voor een legitimatiebewijs, het welk ik kreeg op zondag 12 Mei.”

Zondag 12 mei
“In den vorm van een band om de arm vanwege de luchtbescherming. Zo’n band gaf overal doorgang en toegang. Anders was het practisch niet meer mogelijk om in de stad te komen. Deze dag reeds zeer vroeg opgestaan in verband met de vliegtuigen. Het schijnt wel dat de piloten weinig slaap nodig hebben. Om halfzes ‘s morgens ben ik met een doosje sigaretten gestapt naar de mitrailleurpost aan de Nieuw Hoven. Werd er vriendelijk ontvangen.
Toen allen een rookertje hadden kwamen er al vliegtuigen en werd er geschoten; vanaf het Unitasveld per luchtafweer en vanaf onzen standplaats per mitrailleur. Een pracht gezicht, maar wel een beetje gevaarlijk, want er werd ook teruggeschoten. Herhaaldelijk moesten we dekking zoeken achter de boomen. Het was interessant, maar toen ik thuiskwam, pIm. halfzeven was de vrouw aan het mopperen. omdat ik ze alleen had gelaten. Na het ontbijt naar het stadhuis. Velen waren daar reeds druk in de weer. De Burgemeester nam het besluit dat in alle wijken reeds onmiddellijk schuilloopgraven moesten worden gemaakt en dat nog wel op Pinksterzondag. In de Nieuwe Hoven kreeg ik de leiding. Toen de circulaires waren verspreid, stroomden de arbeidslustigen toe. Direct werd begonnen. Het graven viel niet mee en toen het idee werd geopperd even te vragen aan de fa. V.d. Breejen en
V.d. Bout om een graafmachine (deze fa. is in de buurt met wegaanleg bezig) was ik daarvoor te vinden. De fa. vond het goed en de werkzaamheden werd toen aan de Haarsche Kade stopgezet. Inmiddels werd wel voortgegaan met het maken der loopgraven aan de Nieuwe Hoven, aan de Pr. Hendrikstraat en aan de Pr. Bernh.straat. Het was natuurlijk veel beter geweest eenige maanden tevoren zoodanige schuilloopgraven door de werkloozen te laten maken. Onderwijl we ‘s namiddags nog wat aan het graven waren kwamen er herhaaldelijk vliegtuigen over. Op een zeker oogenblik werden we door 5 Duitsche jagers beschoten. Iedereen zocht dekking en vluchtte naar binnen. De schrik voor de vliegtuigen kwam er nu in, ondanks het feit dat niemand was geraakt.

Maandag 13 mei
‘s Morgens liet een Duitsch vliegtuig eenige bommen vallen op een in de haven liggend munitieschip. De bommen vielen in het water, dus zonder resultaat. Met de loopgraven werd weer begonnen. De graafmachine had er zoo eenige tientallen meters voor elkaar. De Vries Robbe stelde stalen buizen en platen ter beschikking en zoo hadden we schuilplaatsen voor zeker een paar honderd personen, natuurlijk niet geschikt voor bommen maar toch wel voor mitrailleurvuur etc. Terwijl we juist vroeg zouden eten (plm. 1 uur) en de bloemkool al bijna op tafel stond kreeg ik bericht: onmiddellijk op stadhuis komen. Wat was er aan de hand? Een postauto stond klaar om naar Utrecht te vertrekken en mij werd gevraagd om mee te gaan met de effecten der gemeente om die te deponeeren bij de Nederl. Bank te Utrecht. Ik kon moeilijk weigeren, liet mij door de conciërge wat brood meegeven en al spoedig reden we. Eerst naar de militaire overheid om een vrijgeleide. Kregen een soldaat mee, die het wachtwoord onderweg wist. ledere 500 meter werden we aangehouden, maar dankzij het wachtwoord en de papieren, die in orde waren, konden we telkens passeren. Bij Vreeswijk maakten we nog een aanval uit een vliegtuig mee en hebben we nog even moeten dekken. Zonder kleerscheuren kwamen we in Utrecht aan. De effecten kon ik daar echter niet meer kwijt. We moesten dan maar doorgaan naar Amsterdam. Ik voelde er weinig voor en ben met de postauto teruggekeerd. Thuis gekomen zijn de effecten door den B. begraven. De vrouw was gelukkig mij terug te zien. Waar ‘s avonds geen licht mocht worden gebrand gingen we met de kippen naar bed. Plm. 9 uur, half tien wordt er gebeld. Wie zijn aan den deur? Weltevrede en Zonderman deelen mee đat we naar de stad moet vertrekken omdat het gevaarlijk is aan de Nieuwe Hoven. De toestand was zoo dat vanaf Dordrecht een aanval werd verwacht en in de loop van den middag waren de batterijen geschut gedraaid en waren de personen die vlakbij woonden reeds naar de stad gestuurd. Weltevrede en een majoor van de Rijksveldwacht waren toen ‘s avonds naar de officieren gegaan en hadden gevraagd of de heele Nieuwe Hoven niet gevaarlijk was. Die officieren konden daarop natuurlijk niet anders dan met ja antwoorden en gaven in overweging de huizen te ontruimen. Ik voelde er direct weinig voor (de vrouw was reeds verschrikkelijk zenuwachtig) en gaf order op bed te blijven. Ik zou zelf wel even nader gaan kijken. Zonderman voelde er ook niets voor en we hebben toen met Reijenga en nog enkelen bij Paasse de Burgemeester opgebeld. Die wist natuurlijk van niets want van een bevel was geen sprake en duidelijk kon ik door de telefoon hooren dat hij het had over arrestatie van Weltevrede, wegens het veroorzaken van een paniek. Niemand wist wat hij moest đoen, maar ik heb allen gegroet en gezegd dat ik ging slapen. Gelukkig maar want de volgende ochtend


Eendrachtstraat Gorkum 1939 1940 - Bron RAG

Dinsdag 14 mei
Werd al heel vroeg rondgeroepen, dat allen zonder uitzondering de stad moesten verlaten. Het was toen ongeveer halfzes. Wij natuurlijk uit bed. Zelf was ik niet van plan
om weg te gaan en daarom maakte ik alles rustig klaar voor vrouw en kinderen. Alles ingepakt, eten op tafel gezet enz. enz. Het was een geweldige consternatie. Het schieten in de nabijheid van Gorcum was duidelijk te hooren. Van een behoorlijke uittocht was dan ook geen sprake. Het werd een vlucht. De oude mevr. Paasse ging met vele anderen in een militaire vrachtwagen.

Ik zei tegen vrouw en kinderen: zoo gaan jullie niet weg.

Inmiddels was Janny geheel alleen vertrokken op de fiets want die mocht natuurlijk niet met een auto. Ik heb haar een vijfentwintig gulden meegegeven en verder moest ze zich maar redden.

Na nog even wachten (het zal ongeveer 7 uur zijn geweest) komt Van Riemsdijk eraan in een fijne luxe wagen (v. Van Mill) en vraagt of Gre en kinderen meegaan. Van deze gelegenheid hebben we gebruik gemaakt en toen bleef ik alleen over. Eerst met een wagen naar Zonderman gereden om daar vrouw en baby van 2 dagen ruim weg te halen. Toen die auto ter plaatse was ben ik naar het stadhuis gefietst. Alles was natuurlijk in rep en roer om ouden van dagen, zieken, gewonden enz. weg te krijgen. Zelf heb ik alle kassen bij elkaar gegooid en ben weer op de fiets gestapt. Voorband was wat slap. Dacht even oppompen bij Voorsluys. Alles was daar door militairen opengebroken. Zoowel voor als achter kon iedereen maar binnenkomen. Een pomp kon ik niet meer vinden.

Later hoorde ik dat er zelfs een auto was gestolen.”


In het volgende deel volgt hoe De Jonge en zijn omgeving zich moeten aanpassen aan de bezetting en hoe de eerste beperkingen voelbaar worden.

Sinds 8 jaar verdiept Sjaak Kouwenhoven zich in personen en gebeurtenissen uit de regio die een rol speelden tijdens WO II, maar die de geschiedenisboeken niet hebben gehaald. ,,Het is mijn streven deze ‘vergeten’ moedige mensen een gezicht te geven door verhalen over hen te schrijven in De Stad Gorinchem. Opdat wij niet vergeten ”

Sjaak Kouwenhoven