
(On)bekende Gorcumse gezichten van WO II: Roelf Jan de Jonge (deel 3) - Proeftuin en detentie
17 mei 2026 om 11:05 HistorieDankzij de herinneringen die Roelf Jan de Jonge tijdens zijn gevangenschap had opgetekend en later uitgewerkt, wordt zichtbaar hoe in mei 1940 de oorlog Gorinchem bereikt en het dagelijks leven verandert. In dit deel wordt duidelijk hoe De Jonge en zijn omgeving zich moeten aanpassen aan de bezetting en hoe de eerste beperkingen voelbaar worden.
DEEL 3
,,Thuis gekomen waren er nog enkele ouden van dagen overgebleven, terwijl de evacuatielijders allen al waren vertrokken. Ik heb ze gerustgesteld en aangeraden rustig naar huis te gaan wat ze ook hebben gedaan. Het geld van de gemeente heb ik daarna goed verstopt en vervolgens teruggereden naar het stadhuis en den secretaris M.D. van Kekem meegedeeld dat ik de gelden had begraven in de achtertuin van mijn huis aan de Grote Haarsekade. Toen naar het veer gereden. Zoowel in de stad als bij het veer waren overal vluchtende militairen. Die hadden honger en dorst en overal werd geplunderd. Enkele zakenlui waren zoo verstandig geweest om te blijven en hebben daardoor hun hebben gered. Toen weer naar huis. Juist waren overal militairen bezig zich onderdak te verschaffen. Ik heb er ook nog eenige te eten gegeven. Een was er zo moe dat hij een kapotte stoomfiets maar bij mij liet staan. Overal werden de kelders door de hongerige en đorstige militairen goed nagekeken. Met eenige tuinders toen naar de proeftuin waar een kleine honderd bloemkool en wat sla gesneden hebben.
Verder alle ramen en kassen daar opengezet, want het was warm. Was zulks niet gebeurd dan zou de schade voor de tuin grooter zijn geweest dan nu de weggesneden bloemkool.”
Het belang van de proeftuin
De proeftuin had op dat moment niet alleen een teeltfunctie, maar bleek ook praktisch in crisistijd. Gewassen die anders verloren zouden gaan, werden geoogst en verdeeld. Daarmee vervulde het terrein al in de eerste oorlogsdagen een rol in de voedselvoorziening van inwoners en militairen.
,,Tegen de middag kwam het bericht dat de vlucht der inwoners onnoodig was geweest en dat allen konden terugkeeren. De auto’s waren echter zoover dat ze die niet meer konden bereiken. Wel de voetgangers die te Meerkerk de mededeeling kregen dat ze konden terugkeeren.
Plm. halfdrie was Janny weer thuis. Ze was een van de eersten. Waar zou de vrouw terechtgekomen zijn vroegen we ons af. We verwachtten ze niet meer thuis en toen we de volgende dag hoorden dat sommigen zelfs te Alkmaar enz. zaten maakten wij ons niet meer ongerust.
In đen loop der middag kwamen dus velen terug, de een nog vermoeider dan de ander en we moesten soms wel eens lachen. Inmiddels werd voor een meer regelmatige inkwartiering der militairen zorggedragen. Dankzij het schaakspel kon ik een der officieren van de troep en die kwam met nog een collega bij mij logeeren. Tegen den avond kwam toen het bericht dat Holland zich had overgegeven. Dat was een schok om nooit te vergeten. Zelfs Janny liep te huilen. De militairen waren half kapot en half gek. Reeds vroeg kwamen de officieren binnen want ze voelden zich op straat niet neer veilig. Hoewel we op tijd naar bed gingen heeft praktisch niemand een oog dicht gedaan.
Nabeschouwing.
“In den loop der week kwamen de gevluchten terug. Roelfsema was naar Haarlem geweest. Hij kwam eerst zondags. Tot zoolang hadden 5 militairen in zijn woning geslapen. Buurman De Wind kwam ‘s woensdags. Hij had vier militairen in huis. Ze waren juist aan een kopje thee bezig uit zijn beste servies, dat ze zelf nooit gebruikten. Zijn ogen werden tweemaal zoo groot toen hij thuiskwam. Gre en de twee jongsten kwamen Donderdags in goeden welstand weer terug. Geweest op een boerderij te Alphen. Uitstekend gehad.”
Beginfase van de bezetting
Na de capitulatie op 15 mei keerde de rust ogenschijnlijk terug. Het dagelijks leven werd geleidelijk hervat. Winkels en scholen gingen weer open en het gemeentebestuur bleef functioneren, zij het onder toezicht van de bezetter. Duitse militairen werden zichtbaar in het straatbeeld en namen onder meer bestaande gebouwen in gebruik.
Dat graan werd gemalen bij molen Nooit Volmaakt en gebruikt voor broodvoorziening in de omgeving
In deze periode bleef de proeftuin in bedrijf. De opbrengsten waren in principe bestemd voor de aangesloten tuinders en leden. Soms kwamen er Duitsers langs maar die kregen niets mee omdat “ze geen lid waren”. Tegelijk werd er groente en fruit geruild tegen graan. Dat graan werd gemalen bij molen Nooit Volmaakt en gebruikt voor broodvoorziening in de omgeving.
Maatregelen volgden elkaar op: controle op de pers, registratie en toenemende bemoeienis met het openbare leven. Voor Joodse inwoners begonnen de eerste beperkingen zich af te tekenen, al was de systematische vervolging nog niet volledig op gang gekomen. Van georganiseerd verzet was in deze periode nog nauwelijks sprake.
Het openbare leven ging door, maar onder nieuwe verhoudingen. Tegelijk werd in kleine kring al de basis gelegd voor later verzet.
Gevangen in Utrecht
De Jonge werd op 14 oktober 1940 gearresteerd, op verdenking van een politiek delict, kort gezegd, wegens het (over)schrijven of doorgeven van anti Duitse gedichten. Dit werd gezien als propaganda of verzet. Het laat zien hoe snel de vrijheid van meningsuiting werd ingeperkt. Via het Gorcums politiebureau werd hij overgebracht naar de Heemraadsingel in Rotterdam alwaar hij werd ondervraagd door de Sipo/SD.
Na 6 weken detentie werd hij op 26 november 1940 overgeplaatst naar de Kriegswehrmachtgefängnis aan de Gansstraat in Utrecht. Onderweg via Gouda hield hij zich bezig met de vraag hoe hij aantekeningen, die niet in Duitse handen mochten vallen, kon vernietigen. Bij aankomst wist hij deze tijdelijk te verbergen; bij binnenkomst in de gevangenis werden zijn bezittingen ingenomen, waarna hij er alsnog in slaagde de papieren te laten vernietigen.
De Jonge werd ondergebracht op zaal S, waar hij verbleef met enkele jonge mannen. De ruimte was overbezet en sober ingericht. Stromend water ontbrak, sanitaire voorzieningen bevonden zich in de zaal en licht en verwarming waren beperkt. Overdag verrichtten de gevangenen eenvoudig werk, voornamelijk het maken van enveloppen, tegen een geringe vergoeding. Daarnaast waren er korte luchtmomenten en eenvoudige maaltijden.
Het dagelijks leven verliep volgens een vast patroon en kende de nodige beperkingen. Op 5 december verliep Sinterklaas zonder bijzonderheden, maar onder zware omstandigheden. Op 7 december kreeg De Jonge bezoek van zijn echtgenote. Kort daarna werden de regels aangescherpt en werden correspondentie en het ontvangen van pakketten verder beperkt.
In de daaropvolgende periode werd De Jonge overgebracht naar zaal L, aangeduid als “gijzelkamer”. De omstandigheden waren hier in materieel opzicht iets beter, met meer licht en zitgelegenheid, en er was toegang tot boeken. De detentie bleef echter gekenmerkt door onzekerheid over de duur en afloop.
De laatste dagen van zijn verblijf in Utrecht en de aanloop naar de behandeling van zijn zaak zijn eveneens vastgelegd in de brieven die De Jonge aan zijn gezin schreef. Daarin beschreef hij zijn verwachtingen, de onzekerheid over de afloop en het verloop van de zitting voor het Duitse gerecht.
Zondag 29 December.
“Morgen zal nu de beslissing vallen hoe lang ik nog moet brommen voor de ín de eerste brief vermelde feiten. Advokaat Vonkenberg was optimistisch, ik zelf niet in verband met de ervaring in de laatste maanden opgedaan. Ik ging al rekenen wanneer ik vrij zou komen bij een vonnis voor 3 maand, voor 4 maand enz. Ik hoopte althans met de verjaardag van jullie moeder vrij te zijn maar zoo heel gerust erop was ik toch niet. Na het onderhoud met den advokaat heb ik van Vrijdag op Zaterdag slecht geslapen. Zenuwen? neen, maar steeds liggen denken over de mogelijke “vragen” die gesteld kunnen worden enz. Ik vreesde bovendien dat de Heer Vonkenberg zijn optimisme had kenbaar gemaakt aan jullie moeder en dan kon de beslissing voor haar nog wel eens tegenvallen. Hoe het ook zij: “Moed en vertrouwen” is ons parool.”
In het volgende deel komt De Jonges betrokkenheid bij het verzet aan bod en wordt duidelijk hoe dit leidt tot zijn arrestatie.
Sinds 8 jaar verdiept Sjaak Kouwenhoven zich in personen en gebeurtenissen uit de regio die een rol speelden tijdens WO II, maar die de geschiedenisboeken niet hebben gehaald. ,,Het is mijn streven deze ‘vergeten’ moedige mensen een gezicht te geven door verhalen over hen te schrijven in De Stad Gorinchem. Opdat wij niet vergeten ”![]()
Sjaak Kouwenhoven
