
Column 55: WK?
14 juni 2026 om 16:23 OpinieZe zien er toch een beetje gegeneerd en onbeholpen uit, de Gorcumse beelden, die door deze of gene fanaticus in een oranjekleurig veiligheidshesje zijn gehuld. Hendrick Hamel op de brug over de Lingehaven, de zalmvisser bij de Dalempoort en Ouwe Sanne aan het Paardenwater. Zij detoneren lichtelijk met een omgeving, die nauwelijks oranje kleurt. En beelden protesteren niet. Ik heug mij het tumult, dat in voorbije tijden ontstond rond het al dan niet plaatsen van grote televisieschermen op de Grote Markt, waar het volk dan gezamenlijk, in een euforisch, carnavalesk volksfeest de WK-wedstrijden van ‘ons’ Nederlands elftal kon volgen. In oranjekleurige toiletjes en met het rood-wit-blauw op de wangen gekalkt. Misschien moet het nog komen hoor, wellicht daalt er nog een euforische wolk, mocht het elftal in kwestie weer eens winnen van een elftal van naam. Met al die tikkies breed en terug op de keeper en af en toe een lange bal, waar ene Summerville dan achteraan holt.
Hoe komt het, dat het supportersvuur minder hevig brandt dan ooit? Omdat het plaatsvindt in Amerika, waar de laatste jaren vooral narcistisch dreigen en borstklopperij vandaan komt, naastagressieve oorlogstaal en holle hoogmoed? Waar de kaartjes onbetaalbaar zijn en de tribunesdeels ongevuld blijven?
Door de huidige oorlogsellende in de wereld? De bizarre migratiewetgeving in Amerika en de wijze, waarop deze ook rond dit toernooi gehandhaafd worden?
Of is het het Nederlands elftal zelf, dat het enthousiasme smoort? Met een bondscoach, waar het chagrijn vanaf druipt en die bij voortduring afgeeft op het moeilijke Nederlands publiek? Of door de spelers zelf, die we nauwelijks kennen, omdat ze al vroeg in hun carrière voor het grote geld in verre buitenlanden kozen. Geen enkele speler speelt in de Nederlandse competitie. Verbruggen, Van Hecke, Van de Ven, Summerville, wie heeft ze ooit zien spelen op een Nederlands veld. Waar voetballen ze eigenlijk? Spreken ze nog Nederlands? Hoezo Oranje? Dumfries, De Jong, Depay,Gravenberch, Malen, Gakpo, ze zijn ons land al jaren her ontvlucht. Voor het grote geld verlieten zij hun clubs, hullen zich in tattoos, buitenissige kleding en dikke auto’s, de fans in droefenis achterlatend. Die, gelijk hun grote voorbeelden, na elk doelpunt op hun knieën vallen om met de ogen ten hemel gericht hun God te danken voor al dat moois, alsof er een God zou zijn die zich bezig houdt met een voetbalwedstrijdje, terwijl er zoveel ander werk ligt.
De buitenlanders, die hen bij de Nederlandse clubs kwamen vervangen en daar de nieuwe helden werden, spelen nu voor hún land de sterren van de hemel in de hoop hun waarde te verhogen en in een ander buitenland het grote geld te gaan verdienen. Saibari, Ueda, Hadj Moussa, ik noem er een paar, zij knokken omwille van verdere roem en rijkdom. Maar wie die status al heeft, die hoeft niet meer zo nodig, die gelooft het wel, die speelt een balletje breed.
Jos Huibers