ronde 19 interne competitie en ronde 3 bekercompetitie schaakclub de giessen en linge

Overig Deel je nieuws

In de interne competitie speelde Hans Karelse tegen Bram Capelle. Bram had er deze avond echt zin in en dacht al in een vroege fase na over allerlei tactische wendingen. Op zet 11 toverde Bram opeens een loperoffer uit de hoge hoed (Lxh2+) met de gedachte dat hij een pion kon winnen. Die pion kreeg hij wel, maar het stuk zag hij niet terug. Het was dus wel een erg frivool offer want hij kreeg geen gevaarlijke aanval en de compensatie viel dus nogal tegen. Gesteund door deze onverwachte voorsprong aan materiaal ging Hans rustig verder en trok de overwinning naar zich toe.

De meest wilde stelling in de interne competitie kwam op het bord in de partij tussen Henk van der Hoek en André van Wingerden. Ook deze keer kwam er na Henk’s geliefde opening een originele stelling op het bord, waarbij André een mooie loper op d3 kon laten neerploffen. Later trok na de korte rokade van zwart André overtuigend het initiatief naar zich toe. Toen Henk een mooi paard van André op e4 ging ruilen werd de loper op d3 een onneembare lastpost in de witte stelling. André mobiliseerde al zijn zware stukken tegen de witte koning, vooral de zet Tf5-f3 was erg mooi. Hij dwong wit na Tad1 met Tg5 zijn dame te offeren en daarmee was de partij eigenlijk wel over. Remco van Horik bereikte tegen Peter van Gaalen al snel een voorsprong van twee pionnen. Daar bleef het niet bij, met materiaalverschil werd snel groter en Remco kreeg een beslissende aanval tegen de zwarte koning. John Dessens stond tegen Gerard de Gans eerst minder, maar zoals John al eens eerder zei: “Op ons niveau krijg je altijd wel een tweede kans”. Dat was ook nu het geval, want na een onnauwkeurigheid van Gerard kantelden de kansen en John won vervolgens.

Tegelijkertijd werden deze avond de kwartfinales voor de beker gespeeld. Opvallend was dat alle vier partijen nog bezig waren toen alle partijen in de interne competitie al waren geëindigd. Er werd dus hard gestreden om te winnen en zo de halve finale van de bekerstrijd te bereiken. Als eerste lukte dat Henry Houweling, die Tijmen Schakel trakteerde op een hem wel, maar Tijmen niet bekende opening. Dat kostte Tijmen bakken vol tijd, terwijl Henry zich lang comfortabel voelde op bekend terrein. Zelf had hij toen nog iets minder dan 1½ uur op de klok, maar Tijmen nog maar ruim 12 minuten! De kans dat dan nog goed gaat aflopen is natuurlijk wel erg klein. Tegen de aanvallende bedoelingen van Henry op de koningsvleugel antwoordde Tijmen met vorming van een sterk pionnenblok in het centrum. In de volgende afwikkeling gaat het fout bij Tijmen en kan Henry een paard naar het mooie veld e5 kan brengen. Dit verraste Tijmen en hij werd gedwongen de kwaliteit te geven. Hiermee was de partij in feite beslist. De tweede die de halve finale bereikte was Eddy Korevaar. Hij kreeg een bekend gambiet voorgeschoteld van Mark Couwenberg en het kostte nogal wat tijd het juiste plan te vinden. Er ontstond een interessante stelling met tegengestelde rokades, waarna de aanval van Mark tegen de witte koning eerder op gang kwam dan die van Eddy tegen de koning van Mark op de damevleugel. Later kreeg Eddy de gelegenheid om enkel zwarte pionnetjes van het bord te laten verdwijnen. Hiermee trok hij ook het initiatief naar zich toe en tenslotte ontstond een dubbel toreneindspel. Eddy moest nog wel even goed opletten, maar ook al had hij nog maar weinig tijd, lukte dat goed. Duidelijk werd  dat een ondersteunde ver opgerukte g-pion voor wit een beslissende troef was. De derde partij werd gespeeld door Henk Boot en Wim Rietveld. Opnieuw werd het een taai gevecht, waarin Henk van alles probeerde om de winst naar zich toe te trekken. Hoewel hij op e4 en d4 twee mooie centrumpionnen had tegen een geïsoleerde zwarte pion op e6, bleek het toch heel lastig verder te komen. Optisch zag het er allemaal veelbelovend uit, maar het viel tegen verder te komen. Toen Henk niet optimaal van een onnauwkeurigheid van Wim profiteerde ontstond een duidelijke remisestand en dat was dan ook de logische uitslag. De laatste bekerwedstrijd werd gespeeld door Jaco Vonk en Louis Rutgers. Jaco kreeg ruimtevoordeel in het centrum zoals bij deze opening gebruikelijk is. Louis probeerde thematisch de pionnenketen van Jaco te attaqueren en stelde zich dynamisch op. De stelling was eigenlijk wel in evenwicht tot de 25e zet. Jaco kon zijn stukken goed neerzetten met een paard op het mooie veld e5. Louis besloot het paard met zijn loper te elimineren en zijn torens naar de f-lijn te brengen, waar Jaco ook juist bezig was een aanval op te zetten. In die fase forceerde Louis met een kwaliteitsoffer, maar kreeg daarvoor onvoldoende compensatie. Langzaam vergrootte Jaco hierna zijn voordeel. Uiteindelijk bracht hij Louis’s dame op de koningsvleugel verregaand in het nauw, zodat Louis de inmiddels hopeloze strijd staakte.

advertentie