Gedenkraam gemaakt door kunstenaar Joep Nicolas (rechts) ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de firma Den Haan.
Gedenkraam gemaakt door kunstenaar Joep Nicolas (rechts) ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van de firma Den Haan. Regionaal Archief Gorinchem

Staaldraad Van touw naar stalen kabels

Historie

Aron de Vries

Dit artikel is onderdeel van een serie die het Regionaal Archief Gorinchem maakt in het kader van zijn vijftigjarig jubileum

Vijftig jaar geleden stond de directie van Den Haan voor een moeilijke beslissing. De zaak liep ontzettend goed – de moeilijke jaren voor de Nederlandse industrie kwamen pas later – maar om uit te breiden moest men verhuizen. Het bedrijf was gevestigd in de Gorcumse binnenstad bij de Wolpherenwal. Industrie op die locatie was al een moeilijk verhaal en mogelijkheden tot uitbreiding ontbraken.

In 1681 verscheen achter de Pompstraat een lijnbaan. Daar werd touw uit hennepvezels gefabriceerd. Lijnbaan en pakhuis werden in 1845 voor 1400 gulden gekocht door C.J. den Haan. Bij de opkomst van de stoomvaart, verdween de vraag naar zeilen maar steeg de behoefte aan dik touw. Den Haan ging staaldraadstrengen bekleden met touwgaren. Hij noemde het 'herculestouw' en verkreeg in 1895 hierop een patent. Na de Eerste Wereldoorlog produceerde men louter staaldraadkabels. Het bedrijf groeide binnen de vestingwallen. In 1969 werkten er maar liefst 250 werknemers. Het bedrijf heette inmiddels de N.V. Staaldraadkabel-en Herculestouwfabriek voorheen J. C. den Haan. Men sprak doorgaans van Den Haan.

[SLAPPE ONDERGROND] De directie besloot in 1969 de productie te verplaatsen naar Noord-Brabant. Directeur Snoek stelde dat hij liever in Gorinchem was gebleven, maar men liep tegen grenzen aan. Zo waren er drie machines die gereviseerd moesten worden, maar niet gemist konden worden. Men kon nu een machine erbij kopen ter vervanging, maar waar moest die dan staan? En de kabels werden ook steeds groter en zwaarder en vergden daarmee meer opslagruimte. Men kwam knel te zitten. Bouwen in de tuinen van de Verlengde Pompstraat bleek te duur en het was onduidelijk wanneer het industrieterrein bij de oprit naar de Merwedebrug gereed zou komen. Dan maar elders, Dongen kwam in beeld. Er kwamen schetsen voor een nieuwe fabriek. Het neerzetten van de fabriek op de Dongense zandbodem bleek twee miljoen goedkoper dan op de Gorcumse slappe ondergrond.

[KROTWONINGEN] Door die verplaatsing ging Gorcumse werkgelegenheid verloren, maar werd ook een probleem opgelost. In 1962 kwam de gemeente al met een plan voor de sanering van de binnenstad. Niet alleen moesten krotwoningen verdwijnen, maar er werd ook gestreefd naar een scheiding tussen woon- en industriegebied. Bij invoering zou dat gevolgen hebben voor Den Haan, de Gasfabriek en het collectieve slachthuis. De directie hield natuurlijk rekening met die wens. Natuurlijk dacht het gemeentebestuur wel aan een verhuizing binnen de gemeentegrenzen, maar waar precies werd nimmer concreet.

[PENDELDIENST] Het gemeentebestuur van Dongen voerde juist een zeer actieve industrialisatiepolitiek om vervangende werkgelegenheid te vinden nu de schoen- en lederindustrie het zo moeilijk had. Daar kwam bij dat arbeiders uit Dongen al werkzaam waren bij Den Haan. In 1970 werd in Dongen de nieuwe fabriek in gebruik genomen, terwijl de expeditie en het hoofdkantoor in Gorinchem bleven. Er zouden in Dongen arbeiderswoningen worden gebouwd en er kwam een pendeldienst tussen beide plaatsen.

[OPENINGSCONCERT] Bij de manifestatie "Kunst in Gorinchem" in 1989 werd gebruik gemaakt van een fabriekshal van Den Haan aan de Wolpherenwal. Een openingsconcert werd gegeven door de Amsterdamse toonkunstenaar Harry de Wit. Hiertoe werd een stalen kabel gespannen van de fabriekshal naar de Grote Toren. Deze stalen snaar werd betrokken in het concert, heel bijzonder. In de fabriekshal lagen toen nog veel haspels met staaldraad er op gewikkeld.

[MOORDEND] Het Den Haan-concern was in 1984 wel overgenomen door het beursgenoteerde Verto (afgeleid van Vereenigde Touwfabrieken). Er werkte toen zo'n 300 werknemers. Verto Staalkabel werd in 1993 failliet verklaard. De prijsconcurrentie vanuit het Verre Oosten en Oost-Europa bleek moordend. De kosten van import van een complete staalkabel was soms lager dan de aankoop van de grondstof voor de kabel in Europa. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijk businessmodel niet langer houdbaar was. Ontslagen werden 234 werknemers. In Dongen stond, aldus het bedrijf, de modernste staaldraadkabelfabriek van Europa. Het kende toen slechts negentien werknemers. Een jaar later besloot de Gorcumse gemeenteraad tot aankoop van het terrein. Al snel kwam er woningbouw, waarmee er een einde kwam aan een stuk industrieel verleden.

Dit artikel is onderdeel van een serie die het Regionaal Archief Gorinchem maakt in het kader van zijn vijftigjarig jubileum.

Interieur van de Staalkabelfabriek Den Haan in 1952. Gouache van Bart Peizel.
advertentie