
Column 55: Doodgehongerd of vergast
11 mei 2025 om 18:00 ColumnDe spanning loopt op aan de doorgaans vredige eettafel van tante Erna en oom Hans. Ter gelegenheid van ons bezoek is ook de ongetrouwde zeventigjarige neef Frederik aangeschoven. Zo worden de verjaardagen van oom en tante gevierd. Tante Erna wordt vandaag 92 jaar en oom Hans werd vorige week 94. Alle reden om te vieren omdat ‘het elk jaar opnieuw de laatste keer kan zijn dat wij dit zo kunnen doen.’
Tante Erna heeft zojuist hevig aangedaan betoogd, dat als zij zou moeten kiezen - ‘met een geweer in de rug, zeg maar’ - tussen de hongerdood of de gaskamer, zij voor de gaskamer zou kiezen. ‘Dan gaat het immers snel en pijnloos’, zegt ze. Ze begrijpt ‘ten ene male niet, hoe een volk, dat zo vreselijk geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog, dit een ander volk kan aandoen.’ Onbegrijpelijk vindt ze het. Ze kan er niet meer naar kijken, zegt ze, naar die uitgemergelde mensen, die liggen te sterven in kapot gebombardeerde ziekenhuizen op de televisie. Vooral die kindertjes. ‘Het is toch vreselijk, vreselijk’, kermt ze.
Oom Hans vindt dat je de vergelijking tussen honger en gaskamer niet kan maken. ‘Dat is niet te vergelijken’, zegt hij dan ook, ‘daarmee doe je een heel volk tekort’. Neef Frederik, die aan een hardnekkige slaapziekte lijdt en regelmatig zittend en zelfs staand even indommelt, voegt - wakker nu - toe, dat het begrijpelijk is dat Israel die voedselkonvooien tegenhoudt, omdat ‘het eten toch alleen maar ingepikt wordt door Hamas, zodat die strijders niks tekort komen.’ Maar dat vindt tante Erna ‘klinkklare onzin’. Dat is van alle tijden, zegt ze. Overal waar oorlog gevoerd wordt, krijgen soldaten en krijgers goed te eten en goed betaald. ‘Anders wil toch niemand soldaat worden. Dat zou zelfs jij moeten begrijpen Frederik’, snauwt ze. De relatie tussen tante Erna en neef Frederik is verslechterd, nadat Frederik op zijn zestigste op zichzelf is gaan wonen en volgens tante ‘zijn bed niet meer uitkomt en zijn boodschappen aan huis laat bezorgen.’
“Ze hebben maar één doel’, vervolgt tante, “ze willen gewoon die hele bevolking uitmoorden en zelf die Gazastrook inpikken en zo straks ook de Westelijke Jordaanoever. En die paar Palestijnen die overblijven, moeten zich dan maar elders vestigen.”
“En dat is misschien maar beter ook”, denkt oom Hans, “want die mensen hebben natuurlijk geen leven meer in Gaza en ook niet op de Jordaanoever.”
‘Maar een ding vergeten ze’, zegt tante, dreigend bijna,’met elke Palestijn die ze doden of uithongeren, worden twee nieuwe Hamasstrijders geboren, vervuld van een ontembare haat en wraakzucht. Kijk maar hoe wij na de oorlog de Duitsers hebben gehaat. Hoe lang we ze Moffen hebben genoemd, hoe wij onze verzetsstrijders hebben bejubeld en allerlei eretekens hebben opgespeld. Ja, jij net zo goed, Hans, jij net zo goed.’ ‘Tja’, zegt om Hans, ‘ik ga even het toetje halen.’ Neef Frederik is even op de bank gaan liggen. ‘Het was lekker, tante’, zegt de vrouw.
Jos Huibers
jos.huib@icloud.com

















