Afbeelding
Jos Huibers

Complot

Column Vanaf de Wal

“Hij zegt, dat corona helemaal niet bestaat, dat ze ons maar wat wijsmaken, dat het allemaal een complot is en dat er allemaal beroemde geleerden zijn, die dat beamen”, zegt de vrouw, voor de Spar, deze keer, vanachter een gebloemd mondkapje en met luide stem, ter overbrugging van de vereiste afstand. Ze kijkt er verontschuldigend bij, beschaamd. Heeft ze twintig kostbare opvoedingsjaren gespendeerd aan haar ooit zo schattige zoontje, in de hoop dat er iets fatsoenlijks uit zou groeien, krijg je dit. Zo’n blik dus, de schouders ietwat opgetrokken. “Oh ja, ik ken dat”, riep ik terug. Ooit immers hing er een soort redelijk ogende, doch paranoïde figuur aan een van mijn dochters, een soort aspirant-schoonzoon, maar dan heel anders, die ervan overtuigd was, dat wij mensen permanent werden afgeluisterd door onze draagbare telefoonapparaten, ook als die ongebruikt op tafel lagen en zelfs als ze uit stonden of in de vliegtuigmodus. Dat de ene helft van Nederland permanent naar de andere helft zat te luisteren, niet wetende dat de andere helft hen weer zat af te luisteren. Er was geen speld tegen in te brengen, laat staan tussen te krijgen. Regelmatig moesten wij, ter ondersteuning van zijn theorie de proef op de som nemen. Dan moesten wij bijvoorbeeld, met de telefoon op tafel, praten over een bepaald merk nagelknippers of gehoorapparaten en dan zouden wij de volgende dag allemaal reclame voor de betreffende merken ontvangen. Het gekke was, wij ontvingen niks, terwijl bij hem, volgens eigen zeggen, het reclamemateriaal onophoudelijk uit het toestel rolde. Ik bedoel maar, hoe groter het geloof, hoe meer het zicht op de werkelijkheid verloren raakt. En mensen willen heel graag ergens in geloven en zich in dat geloof met anderen verenigen. En er is altijd in een of andere uithoek een gekke professor te vinden, die hen gelijk geeft. Komt diens naam ook weer eens in de Trots op Nederland.

Mevrouw vond het net zoiets, ja. “Hij zegt, dat ze het coronavirus met voorbedachte rade - of zoiets - hebben verzonnen, dat ze samenwerken met allerlei kranten en de televisie, die dan elke dag nieuwe zieken en doden melden, die er helemaal niet zijn en dat de mensen dan bang worden en zich dan straks allemaal laten vaccineren. En dat ze dan eigenlijk een sjip - of hoe heet zo’n ding? - inspuiten, zodat iedereen dan van afstand bestuurd kan worden. En weet u, hij denkt het echt en hij wil ook niet, dat ik me laat inenten straks. En mijn man ook niet, en de hele familie.” Ze zuchtte en keek me wat angstig aan. “Zou dat nou allemaal waar kunnen zijn, denkt u? Hij is zo overtuigend. Het zou misschien toch best kunnen.”

“Heeft hij dan ook een idee wie ons allemaal wil besturen”, vroeg ik. “Hij zegt van hogerhand, de overheid. Net als God vroeger, zegt hij, toen iedereen nog naar een kerk ging en zich door de bijbel liet besturen. En dat was, omdat ze toen nog geen sjips hadden, dat zegt ie, daarom hadden ze toen God, of zoiets, ik weet het ook allemaal niet precies.”

“Pff, ik had het me wel heel anders voorgesteld, toen hij nog klein was, dat hij gewoon leuk en normaal zou doen. En naar de kerk zou gaan. Je kan toch beter in God geloven, dan in van die rare dingen, vindt u niet?” Ik zei niks, ik piekerde. Hoe kwam het nou, dat veel van de mensen, die steeds tegen coronamaatregelen waren, nu weer tegen vaccinatie zijn. Zijn zij nou vooral verenigd in wantrouwen tegen de overheid, in het geloof, dat de overheden het per definitie slecht met ons voor hebben. Zoals gepredikt in de populistische kerken?

“Dus u vindt dat ik me gewoon moet laten inenten?”, zei mevrouw. Ik had niks gezegd. Wie even denkt vindt zelf het antwoord op haar eigen vragen. Maar toch. “Ja hoor”, zei ik, “ik zou het zeker doen, zodra het kan.” “Dank u”, zei ze en ze leek werkelijk opgelucht.

[Jos Huibers

[jos.huib@icloud.com

advertentie