Aanleg van een plantage
Aanleg van een plantage Oud-Gorcum

Slavernijverleden van Gorinchem centraal in deel 38 van de Historische Reeks Oud-Gorcum

11 november 2025 om 08:31 Historie

GORINCHEM In deel 38 van de Historische Reeks Oud-Gorcum staat het slavernijverleden van Gorinchem centraal. Aron de Vries, Valentine Wikaart-Derkzen, Anneke Bode-Huizer en Barend Bode namen het initiatief om enkele aspecten van deze donkere bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis te beschrijven, toegespitst op een relatie met Gorinchem. Het eerste exemplaar van deel 38 werd maandagavond aangeboden aan wethouder Fatih Polatli.

Naar de koloniale geschiedenis en het slavernijverleden wordt veel onderzoek gedaan. Bijvoorbeeld Utrecht, Rotterdam, het Huis Oranje-Nassau en de Koninklijke Akademie van Wetenschappen doen dat of hebben het gedaan. Tot op heden is er beperkt onderzoek verricht naar personen uit Gorinchem en directe omgeving die bij slavernij betrokken waren. Het initiatief van  Aron de Vries, Valentine Wikaart-Derkzen, Anneke Bode-Huizer en Barend Bode leidde tot het samenstellen van deel 38 in de Historische Reeks Oud-Gorcum. Maandagavond werd in theater Peeriscoop bij Oud-Gorcum een lezing gehouden over het slavernijverleden.

PLANTAGES


De bundel van Oud-Gorcum opent met een bijdrage van Valentine Wikaart-Derkzen over Paulus van der Veen, gouverneur van Suriname. Hij vertrok vanuit Gorinchem naar Suriname en ging na zijn ontslag weer in de Arkelstad wonen. Hij was elf jaar gouverneur. Er is weinig over hem geschreven, tijd voor een eerste verkenning. Valentine Wikaart-Derkzen schreef ook een uiterst boeiende bijdrage over Magdalena Maria van Gelre, een schoonzus van Paulus van der Veen. In Suriname bezat zij meerdere plantages. Op het laatst van haar leven schrijft zij een advies voor ‘wie naar Suriname wil gaan’. Een verhandeling over wat neem je mee, hoe blijf je gezond, hoe ga je om met slaven en hoe begin je een plantage.  Zeker vermeldenswaard is dat de bundel ook de volledige transcriptie van de memorie ‘Voor ijmant die na Suriname wil gaan’ bevat, opgesteld door Magdalena Maria van Gelre (transcriptie door Valentine Wikaart-Derkzen). Een belangrijke tekst die nu voor het eerst integraal wordt uitgegeven.

WEESKAMER

Aron de Vries kijkt vooral naar de Gorcumse samenleving. Sommige Gorcumers die naar de kolonies vertrokken, keerden als rijk man terug naar Gorinchem. Soms namen ze bedienden mee uit de kolonie. Waren deze bedienden in Gorinchem slaaf of slavin of waren ze juist vrij?  Niet alleen Gorcumse personen maar ook plaatselijke instellingen waren betrokken bij slavernijzaken. Anneke Bode-Huizer belicht dat in haar artikel over de Gorcumse Weeskamer. Die schoot de arme familie Van Heemskerk uit Giessen-Nieuwkerk te hulp in hun ruzie over een plantage-erfenis in Suriname: ‘Mot om Misgunst’.

VOC

Vervolgens is er aandacht voor slavernij in de Oost. De VOC had behoefte aan slavenarbeid en dit voorbeeld werd snel gevolgd door het personeel. Ruim 2.500 mannen en 100 vrouwen die opgaven afkomstig te zijn uit Gorinchem vertrokken met de VOC. Ten slotte besteedt deze bundel aandacht aan de afschaffing van de slavernij. De Tweede Kamer debatteert erover in 1862. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de vertegenwoordiger van het Gorcumse kiesdistrict, legt Barend Bode uit in zijn bijdrage. Ook vraagt hij zich af hoe Gorcumers in die tijd tegen slavernij aankeken.

Pieter Jacob Elout van Soeterwoude, Tweede Kamerlid van hoofdkiesdistrict Gorinchem.
Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie