
Column: Omdenkkamer
15 juni 2026 om 10:11 ColumnGeen gezond mens kan een gaap onderdrukken bij het lezen van een rapport uit 2017 van de gemeentelijke Rekenkamer over ‘tekortschietende’ archivering door de gemeente. Maar in 2023 verscheen een wat urgenter rapport, over kindermishandeling en huiselijk geweld, en zo houdt de Rekenkamer de gemeente steeds bij de les. ‘t Heeft dan ook weinig met rekenen te maken, juist wel met nuchter reflecteren over beleid.
Dat vergt omdenken. Ook van u, beste burger! Want de gemeente hangt het bepaald niet aan de grote klok, maar in een hoekje van de site staat, dat u ‘suggesties’ kunt aandragen voor een uit te spitten onderwerp. Let daarbij wel een beetje op het ‘maatschappelijk belang’ en het ‘perspectief van de Gorinchemse samenleving en burgers’, maar dat doet u altijd al. Uw suggesties stuurt u aan de adjunct-raadsgriffier, die tevens secretaris van de Rekenkamer is. Men vergadert daar dan over, maar niet in het openbaar, want dat hoeft niet van de Gemeentewet.
De stoel van voorzitter (iemand met ‘verbindende persoonlijkheid’, uurtarief circa € 70) is nog vacant, op beide andere zetels zitten Sjarka Kist en Heleen van Camp. Heleen is tevens werkzaam bij de landelijke Algemene Rekenkamer, net als onze D66-fractievoorzitter Tom van der Meijden. Daarnaast kan onze Rekenkamer te rade gaan bij de (in Ede gevestigde) Vereniging van Rekenkamers. De directeur daarvan is onze Lies van Aelst, die we kennen als SP-afdelingssecretaris en senator. Ook is zij lid van drie rekenkamers, zoals van de gemeente Vijfheerenlanden, en mede-auteur van een rekenkamerhandboek.
Natuurlijk hebben de Rekenkamerleden een officiële ‘Gedragscode’, die hun ‘dienstbaarheid’ benadrukt: hun handelen is ‘altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uitmaken.’
Nog vaak denken raadsleden terug aan hun machtige besluit van oktober 2019 naar aanleiding van een Rekenkamerrapport, nl. om ‘respectvol met elkaar en anderen om te gaan’, zonder ‘verzuring of elkaar de les lezen.’
René van Dijk
















