
Het vondelingenluikje was altijd al een ‘fop’ luikje
26 mei 2022 om 15:33 HistorieGORINCHEM Wie meende dat het vondelingenluikje in de weesgang bij huize Mathijs Marijke door de eeuwen heen de levens van vele vondelingen heeft gered, komt bedrogen uit. Pas in 1966 werd het ‘fop’ luikje door een samenzwering van enkele regenten en de restauratie architect op de blinde muur aangebracht. Toch had die geste wel degelijk een historische context, zoals burgemeester Reinie Melissant woensdagavond bij aanvang van de raadsvergadering vertelde.
.
Traditiegetrouw opent de burgemeester de raadsvergadering met een episode uit de boeiende historie van de stad Gorinchem, die verwijst naar één van de actuele agendapunten, zoals deze keer de verordening jeugdhulp. René van Dijk van het Regionaal Archief had zich deze keer gebogen over de vondelingen in de stad. Verwijzend naar het verwijt van historicus Maarten van Rossum over het ‘disfunctionele’ vondelingenluikje in de weesgang bij huize Mathijs Marijke in het TV programma ‘Hier zijn de Van Rossum’. Bij het openen van het luik was slechts de blinde muur te zien. Al mopperend liet Van Rossum weten dat ‘in de media weleens de indruk bestaat dat de jeugdzorg het nooit goed kan doen’.
HUMMELTJE ,,Het was in 1966 een samenzwering van enkele regenten en de restauratie architect om een vondelingenluikje aan te brengen, maar wel met een reëel historisch perspectief”, zo vertelde burgemeester Melissant bij aanvang van de vergadering. ,,In de regentenkamer hing een schilderij met de regenten uit 1657 met de heilige geest kinderen, die jongelui waren dat jaar overgebracht vanuit de heiligen geest kamer naar het weeshuis. De heilige geest kamer aan het Eind bij de Molenstraat was gesticht door een tollenaar en met name bedoeld voor vondelingen. Een van de vondelingen was zelfs melaats. Niet alle vondelingen waren echt op straat achtergelaten. Op een zeker moment trof men een ‘zeker klein ende jong kindeke’, in een huis aan, terwijl de huurder met noorderzon was vertrokken. De kosten voor het grootbrengen van het hummeltje kwamen terecht bij de huurbaas. Soms kreeg een moeder berouw, zoals de ongetrouwde Peteke Ceelen, zij dropte haar zoontje voor de deur van de bakker. Maar na vijf weken toonde ze berouw en wenste ze hem toch zelf op te voeden. De moeder bad om vergiffenis. De bestuurders waren ontroerd en gaven het kind dat Mozes heette weer terug. Moeder Peteke hoefde zelfs niet te betalen voor de luiers, zelfs niet voor het zogen door de dochter van een bierdrager.”
Hoewel het vondelingenluikje dus altijd al een ‘fop’ luikje was, trokken Gorcumers zich de kritiek van Maarten van Rossum wel aan. Zij brachten een gedicht aan in het luikje en inmiddels worden plannen gemaakt voor een schildering achter het luikje.















