Esther van Vriesland, linksvoor op dit groepsportret
Esther van Vriesland, linksvoor op dit groepsportret Herinneringskamp Westerbork

Ingezonden: Bij de nagedachtenis van Esther van Vriesland (1926-1942)

26 september 2022 om 13:44 Opinie

Tachtig jaar geleden. Het is 26 september 1942 rond zes uur in de avond. Esther (“Esje”), haar zus Saartje (”Sary”), haar broer Simon Philip , haar moeder Sientje Kleinkramer en haar vader Jacques Philip van Vriesland zijn bij elkaar. Het eten staat op tafel. Het begint al te schemeren. De sabbat is ten einde. Het lijkt een gewone zaterdagavond. Gebonk op de deur. De Sicherheitsdienst : ”Mitkommen!!“

Op het station Gorinchem worden moeder en de twee zusjes direct al gescheiden van vader en broer . En via Westerbork naar Auschwitz afgevoerd waar moeder en beide zusjes op 5 oktober 1942 zijn vermoord door vergassing. Vader en zoon vonden op 31 maart resp. 31 oktober 1943 de dood in Schoppenitz .

In oktober – november 1942 zijn de andere Joodse burgers (voor zover niet ondergedoken) opgehaald en afgevoerd uit Gorcum.

En vele medewerkers van Gorcumse bedrijven zijn in Duitsland te werk gesteld ( Arbeitseinsatz ) .

Twee jaren later, wederom op 26 september 1944 resp. 3 en 4 oktober 1944, vinden arrestaties en een razzia plaats en worden een 100-tal jonge mannen via Amersfoort “verdeeld“ en te werk gesteld t.b.v. het vliegveld Deelen resp. afgevoerd naar een zogenaamd werkkamp in Neuengamme. Van hen zullen er 40 het leven laten. In Gorinchem organiseerde zich in eerste aanleg het verzet tegen de Duitse bezetting op lokaal niveau . Zes helden lieten daarbij het leven; twee van hen werden geëxecuteerd en de vier anderen  kwamen door ontberingen om in werk- of concentratiekamp.“ 

Aan de nagedachtenis van Esther van Vriesland en van al haar Joodse lotgenoten maar evenzeer vanwege hen, die ten gevolge van de arrestaties en razzia hier in Gorcum uiteindelijk zijn vermoord, breder verwoord, ter nagedachtenis van al diegenen die eerder en later in WO II en sedertdien vanwege oorlogsgeweld hier en elders de dood vonden of daaruit getraumatiseerd terugkeerden, zijn we verplicht de rechtsstaat hoog te houden. En op zijn minst, even urgent, zijn wij daartoe - anno 2022 - ook jegens ons zelf, onze eigen, de huidige én de toekomstige generaties gehouden .

Gedenken en herdenken krijgen werkelijk betekenis en zin wanneer wij zonder talmen onder ogen willen zien hoe het in de geschiedenis telkens weer kon mislopen, in Rusland door Lenin en Stalin, in Italië door Mussolini, in Duitsland door Hitler, maar ook in onze streken door de opkomst van een nazistische partij als de NSB en van een fascistische als bijv. Zwart Front .

Ging er van het fascisme en het nazisme voor hen die daarvoor gevoelig bleken niet een grote betovering uit? Hoeveel mensen in Europa en Japan ( om ons hiertoe te beperken) lieten zich destijds door idolatrie , populisme , fascisme en nazisme meevoeren? Waarom en waartoe?

Wat maakt toch dat de mens geneigd is achter één vaandel aan te lopen ? Zelfs in onze tijd zien we dat gebeuren: menigeen oppert de gedachte dat we alle crisissen , welke momenteel de boventoon voeren, kunnen terugbrengen tot één onderwerp dat zijn neerslag vindt in een “wij-zij”- confrontatie; in een tegenstelling : “wij hier“ contra “zij daar“.

De democratie is volgens velen wereldwijd gezien op de terugtocht . Er zijn op dit moment in de wereld meer dictaturen dan wezenlijke democratieën. Wanneer wij ons koesteren in onze democratie a.h.w. uit gewoonte , omdat we – gelukkig! - sedert 1945 niet anders ervaren hebben, lopen we dan niet het gevaar dit als té vanzelfsprekend te beschouwen? Zijn we achteloos geworden? Of is het vooral onverschilligheid ?

In dictatoriale regimes met hun dwingende ideologie is uiteindelijk één leider en één visie bepalend voor de inrichting en organisatie van de samenleving. Geen , althans zo weinig mogelijk verschil wordt dan al gauw het parool oftewel “in de pas lopen“ voert de boventoon. Uniformiteit wordt dan de slogan, het trefwoord. In een democratie bepalen de pluriformiteit van mensen en van opvattingen de manier van samenleven. Want ja, een mens houdt nu eenmaal niet van ieder mens, hij is uiteindelijk geen allemansvriend (erkenning van zijn eigen beperking). 

Met sommigen leeft hij op minder goede voet en deze of gene laat hem zelfs helemaal koud. En hij vermoedt dat iets soortgelijks vanuit de anderen bezien ook hemzelf kan treffen. De rechtsstaat beoogt niet de verschillen tussen zijn burgers weg te poetsen. Veeleer garandeert hij dat de diversiteit binnen zekere grenzen in stand kan blijven. Maar wel zó dat het verschil tussen de burgers onderling zo positief mogelijk uitvalt en aldus de leefbaarheid van de gemeenschap bevordert.

In een democratie is het uitgangspunt dat de burger erkent dat hij en zijn mede-burgers de wereld met elkaar delen . Het blijft passen en meten, wikken en wegen en soms ook stevig inschikken . Dat vraagt om een zekere vorm van gematigdheid en soberheid .

In ons deel van de wereld is vrijheid een hoog goed . Het schept allerlei rechten , verankerd in mensenrechtenverdragen en in een democratische grondwet.

Toch zien we in onze samenleving al enige tijd dat we in de uitoefening van onze rechten en vrijheden geen of weinig inschikkelijkheid of matiging betrachten . Menigeen schroeft , om een voorbeeld te noemen , de vrijheid van meningsuiting op tot een niveau waarop het beledigen van een ander als een vanzelfsprekendheid wordt beschouwd . Is in plaats daarvan niet een zekere hoffelijkheid een passender houding ? Kunnen we zodoende niet beter waarborgen dat in onze debatten werkelijk de dialoog en het overleg groeien, tot een méér met elkaar bij toerbeurt in gesprek blijven ? Valt zo niet te voorkomen dat onze debatten anders voortdurend eindigen in kakofonie ?

Voormelde verdragen kennen steevast als stramien dat ze openen met de opsomming van een reeks aan mensenrechten. Meestal pas aan het einde daarvan staat, haast verscholen, een bepaling die – ik parafraseer - de enkeling ook plichten oplegt jegens de gemeenschap, waartoe hij behoort. En altijd is er die nadere bepaling die hem bovendien gebiedt de uitleg en uitoefening van eigen rechten en vrijheden niet op zo’n manier te hanteren dat een ander er niet aan zou kunnen toekomen ook zelf deze evenzeer voor hem geldende rechten en vrijheden te genieten. Zijn we niet bezig dit beginsel van wederkerigheid uit het oog te verliezen?

De Oude Romeinen tuigden hun rechtssysteem op met het adagium “honeste vivere , alterum non laedere , suum cuique tribuere“. Daarmee erkenden zij dat passend recht zijn bron in de plichten vindt , t.w. “eerzaam en eerlijk te leven , de ander geen schade toe te brengen en ieder het zijne te verstrekken“. De Thora van de Joden kent de Tien Geboden, een plichten-stelsel waarmee zij hun samenleving inrichtten .

In onze post-moderne democratieën wordt vaak onmatig op claims ingezet waarbij disproportionaliteit daarbij de toon voert boven de proportionaliteit. We raken overkookt, overspannen van valse beloftes , illusies en onwerkelijke verwachtingen over wat ons allemaal zoal zou toekomen.

In een democratische rechtsstaat heerst het besef dat zijn instituties er toe doen . Ze dienen ons tegen de waan van de dag te beschermen. De democratie is breekbaar, de rechtsstaat kwetsbaar. Als dit besef niet langer wordt uitgedragen en verwoord, dan verminderen en verzwakken onze oplettendheid en omzichtigheid, kortom onze vaardigheid om waakzaam te blijven. Waakzaamheid is geboden en noodzakelijk opdat ons niet nog eens overkomt wat vorige generaties te verduren kregen. De inzet daarbij is tevens het welzijn van toekomstige generaties .

Esther van Vriesland eindigt haar laatste, vierde schriftje met de vurige wens: ,,Laat me toch in het volgende schrift over de vrede schrijven!!!!!!!“

Deze wens van haar is niet vervuld.

Haar leven vond niet zijn eigen voltooiing. Haar leven is onnodig afgebroken en wreed geknakt als onderdeel van de genocide op haar Joodse gemeenschap.

Moge ook deze noodlottige gebeurtenis ons aanmanen elkaar binnen de democratische orde te verdragen. Laten we elkaar wat vaker de vrede toewensen in plaats van de ander te verketteren.

Thijs Stultiens

Gorcum , 26 september 2022

Deel dit artikel via:
advertentie