
Tussen de regels van de stad: Te donker
26 mei 2026 om 09:41 Column Mijn GorinchemNormaal ga ik elke zes tot zeven weken naar de kapper. Dan zit ik heerlijk in een massagestoel met een kop thee in mijn hand. Een kapper die weet wat ze doet en de geruststellende woorden dat ze mijn haar weer lekker gaat verzorgen. Maar deze keer dacht ik, ik ga het zelf doen. Ik had het vroeger ook altijd zelf gedaan. Dus daar ging ik. Een doosje uit de drogist. Handschoenen. Een handdoek over mijn schouders. Een beetje geduld. Soms is dat hoe spijt begint. Niet met grootse beslissingen. Niet met een donderslag. Maar met een heel gewone gedachte Ik doe het zelf wel. Ik smeerde de verf zorgvuldig in mijn haar. Mijn haar, mijn trots. Mijn sieraad. Het deel van mezelf waar ik me mooi in voel. En terwijl de kleur introk, dacht ik nog, zie je wel, ik kan dit best.
Tot het moment van uitspoelen. Het water werd donker. Mijn hart ook. Toen ik in de spiegel keek, schrok ik. Veel te donker. Hard. Zwaar. Alsof iemand met één beweging iets had veranderd waar ik niet klaar voor was. Ik heb twee uur in een hoekje staan huilen. Niet alleen om mijn haar. Maar om dat bekende gevoel dat ineens door je heen schiet “Waarom heb ik dit gedaan?
Dat gevoel kennen we allemaal. Na woorden die we niet hadden moeten zeggen. Na kansen die we niet hebben gegrepen. Na liefdes die we hebben laten lopen. Na keuzes waarvan we dachten dat ze slim waren, tot we de gevolgen in de spiegel zagen. Spijt is eigenlijk niets anders dan naar jezelf kijken en wensen dat je één handeling terug kon draaien. Dat je nog één keer voor het schap stond. Nog één keer kon zeggen: laat maar. Ik doe het toch niet. Maar het leven kent geen “ongedaan maken”. Als de kleur eenmaal is ingetrokken, moet je verder met wat er is. Je kunt huilen. Je kunt bellen. Je kunt proberen te ontkleuren. Je kunt wachten. En langzaam, heel langzaam, vervaagt wat eerst onherstelbaar leek. Dat geldt voor haar. En voor het leven. Want de meeste fouten blijven niet voor altijd zo donker als op dag één. De scherpe randjes slijten. De uitgroei komt. De tijd doet wat tijd altijd doet: ze maakt het zachter. Misschien is dat de troost. Dat we mogen denken: dit had ik anders moeten doen. Zonder dat het ons voor altijd definieert.
Mijn haar is inmiddels lichter geworden. Niet precies zoals eerst. Maar draaglijk. Misschien zelfs best mooi. En ik moest lachen om mezelf. Om hoe ik dacht dat ik geld en tijd zou besparen. Om hoe overtuigd ik was. Om hoe dramatisch ik in een hoekje stond te huilen. Spijt maakt ons soms kleiner. Maar achteraf laat het ons ook zien hoe menselijk we zijn. We kiezen. We gokken. We hopen. We vergissen ons. En toch groeien we door. Net als haar. En misschien wel de mooiste metafoor. Dat je niet hoeft te leven zonder fouten. Alleen met het vertrouwen dat bijna alles, hoe donker het op dat moment ook lijkt, uiteindelijk weer uitgroeit.
Meer lezen? www.esmayusmany.com
Esmay usmany

















